Achter de wolken

Dit verhaal is geschreven in april 2010.
Het bevat 3346 woorden. (Leestijd: ± 14 minuten)

download als PDF | download alle verhalen als PDF

Achter de wolken

 

Met zijn handen in zijn zakken en een gulle glimlach op zijn gezicht staat Rudolf naast de deur, terwijl het lokaal langzaam volstroomt met leerlingen. ,,Dag Maarten. Kom binnen, Tineke.'' Zijn hoofd draait met het niet erg subtiel opgemaakte tienermeisje mee. ,,Helaas Tineke, ook in het tweede jaar geen kauwgom in de klas!'' Het meisje draait zich zuchtend om en loopt naar de prullenbak. ,,Leuke vakantie gehad trouwens?'' vraagt Rudolf vrolijk. Tineke mompelt iets onverstaanbaars en loopt zonder hem aan te kijken naar de vrije plek achter in het lokaal. Rudolf heeft zich al naar de deur gedraaid om de volgende leerling te begroeten. ,,Dag Onno, ook weer zo'n zin om aan het werk te gaan?'' Onno loopt met een geforceerde glimlach verder.

            Rudolf sluit de deur en loopt naar het bord. Vrolijk kijkt hij de klas rond. ,,Zo jongens, allemaal een leuke vakantie gehad?'' Dertig leerlingen kijken hem zwijgend aan. ,,Of kunnen jullie niet wachten om weer met natuurkunde bezig te gaan?'' Weer is het even stil, maar dan steekt een kleine jongen achter in de klas zijn hand op.

            ,,Zeg het eens, Arthur.'' ,,Meneer, is die rode Porsche op de parkeerplaats echt van u?'' Rudolfs glimlach wordt, voor zover dat kan, nog groter. ,,Jazeker,'' zegt hij trots. ,,Dan krijgen leraren veel te veel betaald,'' roept iemand. De meeste leerlingen moeten lachen. ,,Of leraren hebben geduld en weten hoe ze geld moeten sparen,'' antwoordt Rudolf. ,,Ik gebruik bijvoorbeeld geen dure gel om mijn haar in de war te doen.'' De bijdehante jongen krijgt een rood hoofd onder zijn zorgvuldig geboetseerde just-out-of-bed kapsel, terwijl een paar andere leerlingen gniffelen.

            ,,Maar het is wel een mooie auto hè?'' vraagt Rudolf enthousiast, waarop een aantal jongens alleen maar bevestigend kan knikken.

            ,,Maar goed, genoeg over het feit dat ik nu officieel de coolste docent aan deze school ben. Tijd voor natuurkunde. Vandaag gaan we kennismaken met onze grote vriend de normaalkracht. Weet iemand van jullie wat de normaalkracht is?'' Er volgt een stilte. ,,Wat zou er gebeuren als er geen normaalkracht zou zijn?'' Er volgt meer stilte. ,,Nou, vooruit, zo vlak na de vakantie zal ik het jullie gewoon vertellen.'' Rudolfs blik dwaalt door de klas en blijft midden op de eerste rij hangen, bij Marc. ,,Zonder normaalkracht, Marc, zou jij bijvoorbeeld door je stoel zakken en heel hard tegen de aarde gedrukt worden.'' Achter in de klas beginnen wat leerlingen te lachen. Rudolf bedenkt dat hij misschien niet de dikste jongen van de klas als voorbeeld had moeten nemen. Snel kijkt hij naar de slanke jongen naast Marc. ,,Of, eh, Jelmer bijvoorbeeld. Hij zou ook zijn overgeleverd aan de zwaartekracht. Precies hetzelfde als bij Marc.'' Een leerling achterin slaat lachend met zijn hand op zijn voorhoofd. Rudolf kijkt naar Marc en weet niet zeker of deze met zijn varkensoogjes nog chagrijniger kijkt dan anders.

            ,,Weet je wat, jullie mogen er gelijk mee aan de slag. Paragraaf 1 in het boek legt de normaalkracht goed uit. Ik wil graag dat jullie de volgende oefeningen maken.'' Rudolf pakt zijn agenda en schrijft wat nummers over op het bord. ,,Als jullie vragen hebben, steek dan even je vinger op.'' Terwijl de leerlingen hun boeken tevoorschijn halen, gaat Rudolf achter zijn bureau zitten. ,,Voor vragen over mijn nieuwe bolide mogen jullie trouwens ook je vinger opsteken.''

 

,,Heb je de tekening bij je?'' vraagt Anne, terwijl ze haar vijfjarige zoontje aankijkt. ,,Ja Mam,'' zegt Stijn. Anne doet de auto op slot en neemt hem bij zijn hand. ,,Okee, dan gaan we maar.'' Stilzwijgend lopen ze over het keurig onderhouden zandpaadje. Het enige geluid komt van een warm, nazomers windje dat zacht door de bladeren van de Hollandse eiken waait.

            ,,Eigenlijk snap ik het niet helemaal,'' zegt Stijn, terwijl hij opkijkt naar zijn moeder. ,,Wat snap je niet?'' vraagt Anne. ,,Waarom Papa nooit thuis is als wij hier zijn.'' Anne kijkt hem aan, terwijl ze verder lopen. ,,Papa woont hier niet.'' ,,Maar waarom gaan we hier dan altijd heen om hem bloemen of tekeningen te brengen?'' ,,Omdat er geen andere plek is waar we dat kunnen doen.'' Stijn kijkt peinzend naar het opgevouwen papiertje in zijn hand, terwijl ze een zijpaadje in lopen. ,,Ziet Papa mijn tekening dan wel?'' ,,Ja hoor,'' stelt Anne hem gerust. Ze kijkt omhoog, naar de zon die net tussen de wolken vandaan komt en vrolijk naar beneden begint te schijnen. Anne blijft stil staan en kijkt Stijn met een subtiel glimlachje aan, terwijl ze naar boven wijst. ,,Kijk, daar woont Papa. Achter de wolken.'' Stijn kijkt naar de zon. ,,Waarom gaan we daar dan niet heen? Dan kan ik de tekening gewoon aan Papa geven.'' Anne kijkt hem aan en aait hem over zijn hoofd.

            Als ze bij het graf van Gerrit komen, kijkt Anne tevreden naar beneden. De bloemen die ze vorige week in een glazen potje heeft neergezet, staan er nog goed bij. ,,Leg je tekening maar neer,'' zegt ze. Stijn ontvouwt het papiertje in zijn hand en legt het op de marmeren steen, naast de bloemen. Anne trekt hem naar zich toe. ,,Papa vindt het vast een mooie tekening.'' Dan kijkt ze naar de tekening en fronst ze haar wenkbrauwen. ,,Eh, Stijn, wat heb je eigenlijk precies getekend?'' ,,Ik heb Papa getekend.'' ,,Ja, maar wat nog meer?'' ,,Een woestijnman.'' Licht geschrokken kijkt Anne naar het bebaarde mannetje op de tekening. ,,En wat doen ze?'' ,,Papa schiet hem dood.'' Anne buigt voorover en pakt de tekening op. ,,Ik weet niet zeker of Papa dat een mooie tekening vindt. Misschien de volgende keer maar weer gewoon iets vrolijks.'' Stijn kijkt teleurgesteld naar de grond. ,,Maar die woestijnman is toch slecht?'' ,,Ja, die is wel slecht,'' beaamt Anne.

            Het is al bijna een jaar geleden dat Gerrit overleed. Anne weet nog precies wat ze aan het doen was toen het nieuws kwam. Ze was schoon wasgoed aan het opruimen. Met een roodgestreepte linkersok in haar hand keek ze ingespannen naar het wasrek, benieuwd of de rechtersok ook ergens hing. Net toen ze zich afvroeg waarom ze telkens weer sokken met andere kleuren streepjes kocht, ging de telefoon. Het was een medewerker van Defensie. Of ze even wilde gaan zitten. Met de sok nog in haar bevende hand had ze het afschuwelijke nieuws vernomen. Gerrits missie in Afghanistan was vroegtijdig beëindigd. Bermbom.

            Zwijgend kijkt Anne naar het kleine mannetje dat naast haar staat. Stijn heeft haar kenmerkende kin, maar verder lijkt hij in zijn gezicht vooral op Gerrit. Anne slaat haar hand om hem heen. ,,Ik mis Papa,'' zegt Stijn. Met een brok in haar keel kijkt Anne naar boven, naar de zon. ,,Ik ook.''

 

,,Ha Rudolf!'' Met een subtiel gebaar loopt Koos naar de bar, om op de kruk naast Rudolf neer te ploffen. ,,Alles goed? Oh, Bas, pilsje graag.'' Terwijl de man achter de bar rustig een glas pakt en onder de tap zet, draait Koos naar Rudolf.

            ,,Hé, heb jij cola?'' ,,Ja,'' antwoordt Rudolf, ,,ik moet nog rijden.'' ,,Oh, ben je met de auto? Bedankt trouwens, Bas.'' Koos beweegt zijn glas naar zijn mond, maar neemt nog geen slok. ,,Wat ik trouwens buiten zag staan... Heb je misschien ook wel gezien?'' Rudolf veinst een verbaasde blik. ,,Een Porsche 911. Hier aan de overkant. Ook een beetje asociaal geparkeerd, zoals het hoort.'' ,,Tja, zoals ik al zei,'' zegt Rudolf, ,,ik moet nog rijden.'' Met een onschuldig gezicht neemt hij een slok van zijn cola.

            ,,Wat? Nee...'' Koos kijkt hem verbaasd aan, waardoor Rudolf in de lach schiet. ,,Ja, je houdt geld over hè, zonder vrouw en kinderen.'' ,,Nee, Ruudje, jongen, dat meen je niet!'' Koos werpt nog even een ongelovige blik richting de deur. ,,Dat is jouw Porsche?'' ,,Dat is inderdaad mijn Porsche,'' zegt Rudolf terwijl hij trots de sleutels uit zijn broekzak vist. Met een grijns houdt hij ze in de lucht. ,,Ik had al heel veel spaargeld en twee maanden geleden erfde ik nog een zakcentje van m'n oom.'' Vol ontzag kijkt Koos hem aan. ,,Wauw, goed man.'' ,,Dat dacht ik. We gaan binnenkort wel even een stukje rijden.'' Koos glimlacht.

            ,,Maar hoe is het met jou dan? Alles goed thuis?'' ,,Zeker,'' antwoordt Koos, ,,met mij en m'n Mondeo is alles prima. En met Agnes en de kids ook trouwens. Tommie heeft laatst z'n strikdiploma gehaald.'' ,,Zozo, is jouw zoon even een genie,'' zegt Rudolf, ,,misschien wordt hij later wel natuurkundeleraar.'' ,,Of makelaar,'' antwoordt Koos, ,,in de voetsporen van zijn ook redelijk geniale vader.'' Lachend kijkt hij Rudolf aan. ,,Ach ja, de tijd gaat wel snel hoor, met die aapjes in huis. Groep 2 al weer... Het voelt zo kort geleden dat Tommie nog niet eens kon praten, en volgend jaar leert hij al schrijven.'' Even kijkt hij peinzend naar zijn glas bier. Dan draait hij zich naar de barman. ,,Doe er nog maar één, Bas. En nog een cola voor Rudolf.''

            ,,En jij? Nog steeds niet op zoek naar een vrouw?'' Rudolf haalt zijn schouders op. ,,Neuh, zoeken zou ik het niet willen noemen.'' ,,Hoe dan wel?'' ,,Vertrouwen op het lot. Proost trouwens.'' Rudolf heft zijn glas cola. Koos stopt snel met drinken en tikt zijn glas zachtjes tegen dat van Rudolf. ,,Proost! Maar wat bedoel je?'' ,,Ach, weet je, het lijkt me wel leuk om een vrouw en kinderen te hebben, maar het is tot nu toe gewoon niet op m'n pad gekomen.'' ,,Nee, nogal wiedes als je het niet opzoekt.'' ,,Oh. Hoe had jij Agnes dan ook alweer ontmoet?'' Koos neemt nog een slok bier, terugdenkend aan de bewuste avond.

            Samen met Rudolf en drie andere vrienden was hij als twintigjarige jongen op een feest verzeild geraakt. ,,Zo, daar loopt een lekker kippetje,'' had hij tegen zijn vrienden gezegd, wijzend naar een waar prinsesje. Eén van de vrienden, Sjors, had het lollig gevonden om op het nietsvermoedende meisje af te lopen. Spijtig genoeg had Sjors een oogafwijking waardoor zijn ruimtelijk inzicht te wensen overliet. Hij liep ongeveer in de richting waar Koos heen wees, passeerde de beeldschone jongedame, en kwam terug met een meisje met dreadlocks en een dikke laag zwarte make-up. ,,Je hebt geluk, Koos, ze is nog vrijgezel,'' had Sjors enthousiast tegen zijn sprakeloze vriend gezegd, terwijl het meisje glimlachend naast hem stond.

            ,,Okee,'' zegt Koos, ,,Toegegeven, ik heb Agnes op een vrij toevallige manier ontmoet. Maar ik was wel op jacht.'' ,,Klopt, maar toch... Agnes was toen absoluut je type niet. En nu hebben jullie een gezinnetje gesticht. En dat bedoel ik maar. Je weet gewoon niet van tevoren hoe de dingen in het leven zullen lopen. Jij bent per ongeluk voorgesteld aan een alto meisje met wie je nu al bijna twintig jaar gelukkig bent, ik heb nooit de ware ontmoet en ben toevallig voor de klas beland... Heb ik ook nooit bewust voor gekozen, leraar worden. Het leven is gewoon onvoorspelbaar.'' Koos glimlacht, terwijl hij wijsneuzerig zijn vinger opsteekt. ,,Klinkt leuk, Rudolf, maar je kunt je lot wel degelijk sturen. Waarom ga je bijvoorbeeld niet speed-daten?'' ,,Oh, daar moet ik niet aan denken,'' antwoordt Rudolf, ,,Ik zie vanzelf wel wat er op mijn pad komt.'' ,,Dat zegt een man van 38.'' ,,Maar wel een man van 38 met een Porsche. Die ook niet gepland was.'' Koos moet lachen.

            ,,Goedenavond heren.'' Koos en Rudolf kijken om. ,,Hé Hennie, jij hier?'' ,,Ja, ik hier, ja. Lekker trouwens, Bas.'' Met wat creatieve gebaren laat Hennie aan de barman weten wat hij wil hebben. ,,Zeg mannen,'' zegt hij enthousiast terwijl hij op een kruk gaat zitten, ,,Hebben jullie gezien wat hier aan de overkant staat geparkeerd?''

 

,,Mooi uitzicht hè?'' vraag Ingrid. Anne knikt instemmend. ,,Volgens mij moeten we zelfs ons huis kunnen zien. Zie, kijk daar eens, Stijn.'' Enthousiast draait Stijn naar de richting waarin Anne wijst. ,,Welke is het dan?'' Anne glimlacht. ,,Kijk maar eens goed.'' ,,Is ons huis ook ergens te zien?'' vraagt Coen aan zijn moeder. ,,Nee,'' zegt Ingrid, ,,wij wonen te ver weg.'' Coen kijkt een beetje sip omlaag naar de plastic dinosaurus in zijn hand.

            ,,Waarom heet het eigenlijk een reuzenrad?'' vraagt Stijn. ,,Het is toch niet voor reuzen?'' Coen moet hard lachen. ,,Nee,'' antwoordt Anne, ,,het heet zo omdat het heel groot is. Net als reuzen.'' ,,Het is eigenlijk voor dinosaurussen! Die zijn ook groot!'' roept Coen. Met een grommend geluid beweegt hij zijn dinosaurus door de lucht. ,,Doe dat maar niet,'' zegt Ingrid terwijl ze zijn uitgestoken arm zacht omlaag drukt. ,,Anders valt de dinosaurus misschien wel naar beneden.'' ,,Het is ook niet voor dinosaurussen. Het is voor piraten!'' zegt Stijn. ,,Niet, het is voor dinosaurussen!'' schreeuwt Coen. ,,Sst,'' zegt Ingrid vermanend. ,,Je hoeft niet te schreeuwen.'' ,,Eigenlijk is een reuzenrad gewoon voor mensen,'' zegt Anne. ,,Zie je wel! Piraten zijn ook mensen!'' zegt Stijn. Coen kijkt hem een beetje boos aan. ,,Maar piraten zijn stom! Dinosaurussen zijn veel leuker!'' Weer beweegt hij zijn speelgoedfiguur enthousiast heen en weer. ,,Maar ik word later een piraat, als ik groot ben!'' zegt Stijn. ,,Doe dat maar niet, lieverd,'' zegt Anne terwijl ze hem over zijn bol aait, ,,piraten zijn wel boeven.'' ,,Dan word ik soldaat!'' zegt Stijn. ,,Net als Papa!'' Anne geeft hem een kus op zijn wang. ,,Gelukkig duurt het nog heel lang voordat jij groot bent,'' zegt ze, terwijl ze de sympathiek bedoelde blik van Ingrid probeert te negeren.

            ,,Mam, mag ik nog een ijsje?'' vraagt Stijn als ze weer beneden zijn. Anne kijkt nog eens goed naar de vlekken van het vorige ijsje die bijna systematisch over zijn t-shirt zijn verspreid. ,,Nee schat, dan lust je straks geen avondeten meer.'' Ingrid kijkt op haar horloge. ,,Ja, wij gaan zo ook maar weer eens op huis aan.'' ,,Ik wil niet naar huis! Ik wil op de kermis blijven!'' schreeuwt Coen, waarop Ingrid hem streng aankijkt.

            ,,Wat is dat, Mama?'' vraagt Stijn, terwijl hij naar een kleine, ronde tent wijst. Anne kijkt naar het bord dat er naast staat. ,,Zo te zien een waarzegster. Dat is iemand die de toekomst voorspelt.'' ,,Oh, leuk, zullen we daar nog even heen gaan?'' stelt Ingrid voor. Met wat tegenzin stemt Anne in, waarop ze de naar de tent lopen.

            In de tent zit een vrouw van ongeveer zestig jaar achter een tafeltje. Ze draagt een paars gewaad en grote oorbellen, maar het effect wordt subtiel verstoord door de felle TL-buis die bovenin de tent hangt. Anne onderdrukt de neiging om te gaan lachen, terwijl de vrouw naar de stoelen tegenover zich wijst. ,,Anne hier wil graag haar toekomst laten voorspellen,'' zegt Ingrid enthousiast. Anne kijkt haar verschrikt aan. ,,Eh, ik dacht dat jij graag jouw toekomst wilde weten?'' ,,Nee joh,'' zegt Ingrid met een onschuldige blik, ,,ik heb vorige maand nog naar Astro TV gebeld. Ik kan weer even vooruit.'' Anne kijkt haar verbaasd aan, maar besluit dat ze maar het best mee kan werken. ,,Kom jongens, dan wachten wij wel even buiten,'' zegt Ingrid, terwijl ze met Stijn en Coen de tent uit loopt.

            ,,Leg je rechterhand maar op de tafel,'' zegt de waarzegster tegen Anne. ,,Oh, moet het niet met een glazen bol?'' lacht Anne, terwijl ze gaat zitten. De vrouw kijkt haar verveeld aan. ,,Wil je de toekomst weten of niet?'' vraagt ze. ,,Nou, eigenlijk wilde vooral Ingrid...'' De vrouw valt haar in de rede. ,,Je bent je man verloren,'' zegt ze, terwijl ze Anne strak aankijkt. Anne maakt een stotterend geluid, maar weet even niets te zeggen. Met een beetje tegenzin legt ze haar hand op de tafel. Dan valt haar blik op de dubbele trouwring aan haar eigen vinger. ,,Ah, slim, ik snap...'' De vrouw gebaart haar stil te zijn en pakt haar hand vast. Met een ingespannen blik begint ze de hand te bestuderen, af en toe met haar hoofd schuddend.

            ,,Die jongen buiten is zeker jouw zoon?'' vraagt ze ineens. ,,Ja, dat klopt,'' antwoordt Anne met tegenzin. ,,En zijn vader is gestorven?'' Anne knikt. ,,Dat moet heel erg zijn,'' zegt de waarzegster. Anne knikt weer, terwijl ze onbewust op haar nagels begint te bijten.

            Ineens legt de waarzegster haar beide handen op Annes hand en kijkt ze haar recht aan. ,,De situatie zal veranderen. Ik zie dat er binnenkort weer een man op jullie pad gaat komen. Jullie wegen zullen elkaar kruisen.'' ,,Okee, genoeg,'' zegt Anne, terwijl ze haar hand terugtrekt en opstaat. ,,Sorry, maar ik vind dit eigenlijk helemaal niet leuk. Het was Ingrids idee, en...'' Ze haalt een briefje van tien euro uit haar portemonnee, legt het op de tafel en loopt gehaast de tent uit.

            ,,En, nog wat wijzer geworden?'' vraagt Ingrid enthousiast. Anne kijkt haar met een beleefd glimlachje aan. ,,Ach, zulke dingen zijn niet zo aan mij besteed.'' ,,Mama, wat zei die mevrouw?'' vraagt Stijn. ,,Niets, lieverd.'' ,,Jammer,'' zegt Ingrid, terwijl ze naar de uitgang lopen.

 

Verbaasd kijkt Rudolf opzij. Tussen de bomen door ziet hij een zee van lichtjes en mensen, en aan de lucht ziet hij nog een klein stukje van het reuzenrad. Kennelijk is de jaarlijkse kermis in het park al weer begonnen. Misschien moet hij daar dan maar een tussenstop maken.

            Rudolf is een vrij willekeurig rondje aan het rijden in zijn Porsche. Hij geniet volop van de bewonderende blikken van jonge dames en de jaloerse blikken van mannen. Andere vormen van aandacht heeft hij nog niet bespeurd, al is hij ook niet hard op zoek.

            Rudolf besluit naar de parkeerplaats bij de ingang te rijden. In- en uitstappen is ook een feestje op zich, dus een korte pauze op een drukke locatie is zeker een goed idee. Alleen nog even rechtdoor bij het kruispunt, en dan parkeren. Al van een afstandje ziet hij dat er een camper staat voorgesorteerd voor rechtsaf. Het licht voor rechtdoor springt net op groen, dus Rudolf geeft wat extra gas om de motor goed te laten brullen en zo het hoogstaande bezoek de nodige aandacht te geven. Als hij in volle vaart de camper passeert, komt er ineens een hond achter vandaan gerend. Rudolfs hart slaat een slag over en hij trapt zo hard mogelijk het rempedaal in.

 

,,Wat zeg je dan tegen Coen?'' ,,Dag Coen,'' mompelt Stijn. Anne zwaait naar Ingrid en pakt Stijns hand vast. ,,Zo, dan gaan we nu lekker naar huis om te eten. Heb je al honger?'' ,,Een beetje.''

            Als Anne en Stijn bij het kruispunt aankomen, begint het groene voetgangerslicht net te knipperen. Anne kijkt opzij naar de stilstaande camper, neemt snel een besluit en loopt vlug door. Pas aan de overkant merkt ze dat ze Stijns hand niet meer vast heeft. Geschrokken kijkt ze om. Op het trottoir aan de andere kant ziet ze Stijn staan, naast een loslopende labrador. Stijn kijkt om en roept: ,,Kijk Mam, wat een lieve hond!'' Anne kijkt angstig naar het verkeerslicht, dat net op rood springt. ,,Blijf daar maar wachten!'' roept ze naar Stijn. Stijn is de hond aan het aaien en hoort haar niet. ,,Kom,'' zegt hij tegen de hond, en hij holt zonder om zich heen te kijken de straat op, voor de camper langs. De hond rent hem kwispelend voorbij. ,,Nee, blijf daar!'' roept Anne, maar haar stem komt niet boven het geluid van de naderende Porsche uit. De auto begint hard te remmen, maar het is te laat. De labrador wordt aan zijn achterkant geraakt en vliegt enkele meters door de lucht. Stijn wordt geschept, maar blijft met zijn schoen achter de grill van de auto hangen. Met een harde klap slaat zijn gezicht tegen de motorkap. De auto slipt naar rechts, over het tegenoverliggende trottoir, en komt met veel lawaai tot stilstand tegen een boom. Stijn vliegt door de botsing achterover en smakt met enorme vaart tegen de boom. Met een akelig geluid zakt zijn kleine lichaam in elkaar op de verkreukelde motorkap, een grote bloedvlek achterlatend op de boomstam.

            Met een hand voor haar open mond ziet Anne het gebeuren. Ze wil er heen rennen, maar haar benen weigeren dienst. Terwijl ze voorbijgangers op het rokende autowrak af ziet rennen, begint ze heel hard te gillen. Dan komt ineens de zon achter de wolken vandaan. De verblindende zonnestralen schijnen fel in haar betraande ogen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties gegeven op dit verhaal.

Een reactie plaatsen
(Reacties worden gewaardeerd!)