Peter Moor

www.petersverhalen.nl

 

In Willems hoofd

 

Zachtjes haal ik mijn hand door zijn haar. ,,Het komt allemaal goed, Willem. Wees maar niet bang.'' hoor ik mezelf tegen hem zeggen. Willem antwoordt niet en blijft maar huilen. Tranen biggelen over zijn wangen. Ik neem zijn bril van zijn hoofd, leg hem op het nachtkastje en kijk in zijn betraande, helderblauwe ogen. Wat gaat er toch allemaal om in zijn hoofd? ,,Je snapt het niet, Anja.'' snikt hij, ,,Je bent alles voor me. Echt alles.'' Een nieuwe golf tranen verlaat zijn ogen en ik neem zijn hoofd tegen mijn schouder. Enkele minuten blijven we nietszeggend zo zitten. Terwijl ik Willems hoofd voel trillen van verdriet, kijk ik rond. We zitten samen op het bed, in zijn studentenkamer. Het licht van de lamp weerkaatst nauwelijks in de zwarte posters van metal-bands, die aan de muur hangen. De vloer en het bureau liggen bezaaid met kleren en studieboeken, behalve natuurlijk waar mijn slaapzak ligt. Ik kus Willem op z'n wang en fluister in zijn oor dat hij niet bang moet zijn, maar het helpt niet veel. Hij blijft maar huilen, tot er op de deur wordt geklopt. ,,Gaat alles goed, Willem?'' Ik herken de stem van Pieter, één van Willems huisgenoten. Willem gaat rechtop zitten, veegt de tranen uit zijn ogen en probeert met een zo gewoon mogelijke stem te zeggen dat het goed gaat. Ik hoor Pieter weer weglopen in de gang. Willems huisgenoten zijn gewend aan Willems buien. Willem kijkt me aan en zegt dat het dan toch maar moet gebeuren. Ik knik met mijn hoofd en zeg dat het echt het beste voor hem is. Snikkend pakt hij het groene doosje van zijn nachtkastje.

 

Het is een rare dag geweest. Willem heeft wat problemen, waarvoor hij af en toe naar de psychiater gaat. Vandaag was het weer zo ver en ik moest mee. De psychiater wilde mij ook graag spreken over Willem.

Jansen, zoals hij zich aan ons voorstelde, was een serieuze, sympathieke man. Hij had een lange, witte jas aan en hij had een klein baardje en een bril. We zaten aan een klein, eikenhouten bureautje in zijn spreekkamer. ,,Zo, dus dit is Anja?'' vroeg hij, toen Willem en ik waren gaan zitten. Ik stelde me voor en hij keek me enige tijd met een peinzende blik aan. ,,Zo Willem,'' ging hij verder, zich naar Willem draaiend, ,,Wanneer hebben wij elkaar voor het laatst gesproken? Dat is al weer drie maanden geleden, nietwaar?'' Willem knikte. ,,En in de tussentijd hebben jullie elkaar ontmoet?'' Jansens blik ging van Willem naar mij en weer terug. Willem begon met ,,Ongeveer tien weken geleden hebben we elkaar ontmoet in een disco.'' en samen vertelden we het hele verhaal.

 

Ik studeer nu al ruim een jaar geneeskunde en ik ga wel eens uit met wat mensen die ik van mijn studie ken, Claire en Linda. Echt veel contact hebben we verder niet, maar samen uitgaan willen we nog wel eens doen. Zo ook op de donderdagavond waarop ik Willem leerde kennen. We hadden besloten naar de disco te gaan, maar op de afgesproken plek zag ik Claire en Linda niet. Ik besloot zelf naar de disco te gaan, in de veronderstelling dat ze daar al waren.

Willem had zich die avond stilletjes op zijn kamer teruggetrokken, diep in gedachten verzonken, toen Remco, één van zijn huisgenoten, op de deur klopte en vroeg of Willem misschien zin had om maar weer eens mee uit te gaan. ,,Dat zal goed voor je zijn, Willem. Van altijd maar thuis zitten word je echt niet vrolijker.'' Willem had in eerste instantie gezegd dat uitgaan niets voor hem was en dat hij echt liever thuis bleef, maar na wat aandringen besloot hij dan toch maar mee te gaan. Daarom ging ook hij die avond naar de disco.

Ik liep rond in de disco, zoekend naar Claire en Linda. Nergens kon ik ze vinden, tot ik bedacht dat ze misschien bij de toiletten zouden zijn. Met elkaar praten in een disco is nogal moeilijk vanwege de harde muziek. Alledaagse gesprekken gaan wel, maar voor belangrijke roddels ben je als meisje toch genoodzaakt om naar de wc te gaan. Daarom liep ik naar de wc, maar ook daar trof ik Claire noch Linda. Ik keek in de spiegel en wisselde een blik uit met mijn spiegelbeeld. Ze zag er niet uit alsof ze zich vermaakte, dus ik dacht dat het misschien maar beter zou zijn als ik naar huis zou gaan. In je eentje rondhangen in een disco is niet zo gezellig. Ik begon te lopen in de richting van de uitgang, maar toen gebeurde het.

Willem was intussen gearriveerd in de disco, maar hij voelde zich helemaal niet thuis tussen al die vrolijke, feestvierende mensen. Zijn huisgenoten waren gezellig aan het praten, maar Willem zat eenzaampjes naar de stijgende bubbeltjes in zijn bier te kijken. Harde muziek dreunde door zijn hoofd. Waarom had hij zich toch laten overhalen om mee te gaan naar deze disco? Om zich heen kijkend kwam hij tot de conclusie dat werkelijk niemand hem zou missen als hij thuis was gebleven. Mensen waren hard aan het praten, snel alcoholische dranken naar binnen aan het gieten en aan het dansen op de kloterige bonkmuziek, als ze eenmaal genoeg drank op hadden. Wat was hier toch de lol van? Zuchtend stond Willem op. ,,Ik ga even naar de wc.'' zei hij tegen Remco, alsof ze hem anders zouden missen. De weg naar de wc leek eindeloos. Terwijl Willem zich een weg baande door de grote massa mensen, keek hij om zich heen en zag hij de verschillende gezichten. Jongens, meisjes, donker haar, licht haar, brillen en snorren... Maar hoe al die mensen er ook uit zagen, allemaal hadden ze dezelfde vreugdevolle blik in hun ogen. Baf! Ineens voelde hij een harde klap in zijn gezicht. Hij had niet opgelet en was tegen een meisje opgelopen.

 

Ik keek opzij, naar Willem, en ik herkende in zijn ogen de wazige, dromerige blik die hij altijd in zijn ogen had als hij over mij sprak. Willem keek opzij en glimlachte naar me. ,,Ik had nog nooit zo'n mooi gezicht gezien. Ik was gelijk betoverd door haar hazelbruine ogen.'' Even bleef hij me aanstaren, totdat Jansen ,,Ga verder.'' zei.

 

Willem was tegen me opgelopen en wist niet wat hij moest zeggen. Zelf was ik ook sprakeloos. Hij was iets langer dan ik, had donker haar en keek me met zijn helderblauwe ogen aan door de glazen van zijn bril. Hij straalde diepgewortelde droevigheid uit, maar tegelijk zag ik een glinstering in zijn ogen. Volgens mij hebben we elkaar wel een halve minuut zitten aanstaren, voordat Willem als eerste wat kon zeggen.

,,Eh, sorry. Ehm, wil je misschien... eh, iets drinken?'' stamelde hij. Ik keek hem even aan en liet de hele situatie langzaam tot me doordringen. ,,Ja, lekker. Cola graag.'' zei ik uiteindelijk en we liepen naar de bar. Willem bestelde en we gingen zitten op twee lege krukken. Enige momenten zaten we allebei sprakeloos en zenuwachtig om ons heen te kijken, maar toen kwam langzaam een gesprek op gang. Ik vertelde Willem dat ik geneeskunde studeerde, dat ik daarnaast aan atletiek deed en dat ik binnenkort uit m'n huis zou worden gezet. Willem vertelde mij dat hij informatica studeerde, dat hij in een studentenflat woonde en dat hij naast zijn studie eigenlijk niet veel deed. We hebben langer dan een uur zitten praten en het was erg gezellig.

Toen ik op een gegeven moment terugkwam van de wc, vroeg ik Willem of hij met me wilde dansen. Willem aarzelde even en zei dat hij nog nooit had gedanst, maar ik haalde hem toch vrij snel over. Met een klein glimlachje op zijn gezicht liep hij achter mij aan, tot we ergens midden op de dansvloer stonden. Ik zei dat hij zijn armen om me heen moest slaan en ik sloeg mijn eigen armen om hem heen. Ik legde mijn hoofd tegen zijn schouder en we begonnen rustig heen en weer te bewegen. Ik merkte dat Willem zich eerst ongemakkelijk voelde, maar dat ging snel over. We hebben daar een half uurtje gestaan, af en toe elkaar aankijkend.

 

,,Er zijn momenten,'' hoorde ik Willem zeggen, ,,die een mens altijd bij blijven. Nooit zal ik vergeten hoe we daar stonden te dansen. Af en toe keek ik in haar bruine ogen en zag ik de glimlach waarmee ze naar mij keek. Toen voelde ik mij echt heel gelukkig.'' Ik vond het mooi om dit uit Willems mond te horen, vooral omdat ik wist hoe depressief hij zich meestal voelt. ,,En sindsdien hebben jullie contact gehouden?'' hoorde ik Jansen vragen. We vertelden dat we gegevens hadden uitgewisseld aan het eind van de avond, toen we naar huis gingen. Jansen keek ernstig naar het papier waarop hij aantekeningen aan het maken was. Willem keek me aan en pakte mijn hand. Ik keek hem aan en zag in zijn gezicht dat er achter zijn brede glimlach angst schuilging.

,,Hoe ging het toen verder, Willem?'' vroeg Jansen. Wij vertelden over het contact dat we na onze ontmoeting hadden gehad.

 

De eerste twee weken na de disco-avond hebben we contact gehouden via e-mail. In het begin was het nog wat onwennig, omdat we allebei niet wisten waar we het over moesten hebben. We kenden elkaar ook nog nauwelijks en de gesprekken waren nog heel oppervlakkig. Althans, ik zie weinig diepgang in mijn lievelingseten, zijn favoriete tv-programma en het weer.

Ik had toch het idee dat Willem eigenlijk heel interessant was, dus na een paar dagen besloot ik om hem wat persoonlijker dingen te vragen. Iedere vraag werd uitgebreid beantwoord en Willem ging ook persoonlijke vragen aan mij stellen.

Willem vertelde dat hij altijd al een beetje raar was geweest. Op de basisschool had hij nauwelijks vrienden en dat was daarna altijd zo gebleven. Tegenwoordig had hij wel wat vrienden die hij kende van informatica, maar buiten de studie om had hij daar weinig contact mee. Hij vertelde dat hij in een leuke studentenflat woonde en dat zijn huisgenoten een leuke groep vormden, maar dat hij vaak het idee had dat hij er toch niet helemaal bij hoorde. Als anderen samen tv keken in de woonkamer, bleef hij stilletjes op zijn kamer zitten. Hij kon het gewoon niet opbrengen om zich in de groep te mengen.

Ik merkte dat Willem een heel gevoelige jongen was en dat hij niet alleen maar somber en pessimistisch was. Hij kwam ook over als een heel aardige, sympathieke jongen. Ik kreeg zelf het idee dat hij eigenlijk een heel normale jongen had kunnen zijn, als de wereld om hem heen een beetje anders in elkaar had gezeten.

 

Jansen maakte een begrijpend knikje. Het bleef even stil en hij maakte wat aantekeningen. ,,En toen zijn jullie elkaar weer vaker gaan zien?'' vroeg hij. ,,Ja,'' antwoordde ik, ,,e-mailen is ook niet alles. Na ongeveer twee weken kreeg ik sterk de behoefte om hem weer eens in het echt te zien.'' Jansen keek me aan. ,,Vertel.''

 

Het was op een woensdag. Ik moest al bijna mijn huis uit, dus ik was druk bezig met dingen inpakken. Ik zou Willem dus wel kunnen uitnodigen, maar ik ging daar toch bijna weg. Daarom ging ik bij hem op bezoek. Willem had zijn adres al eens gegeven, dus ik hoefde het niet opnieuw te vragen. Ik besloot hem te verrassen.

Willem zat die middag op zijn kamer, net als op veel andere middagen. Hij had die ochtend een college gehad en nu was hij bezig met een practicum. Hij zat achter zijn computer en keek verveeld naar het beeldscherm. Hij nam zich voor om even pauze te nemen en hij liep naar de keuken. Toen hij terugliep langs de voordeur, keek hij ineens verbaasd om. Daar stond ik, aan de andere kant van de deur. Hij deed de deur open en ik vloog hem om zijn nek. Het was best raar om hem eindelijk weer te zien. Ik had het idee dat de afgelopen twee weken eeuwen hadden geduurd en dat ik Willem ook al heel lang kende. ,,Verrassing!'' zei ik in zijn oor en er kwam een grote glimlach op zijn gezicht. ,,Ik heb je gemist!'' zei hij, ,,Ik was net bezig met een saai practicum.'' We liepen naar zijn kamer en ik plofte neer op zijn bed. Willem vertelde wat over z'n kamer. Het was een lichte kamer, maar aan de muur hingen allemaal donkere posters. Ik keek in het rond en ik bedacht dat deze kamer prima bij hem paste. Willem ging naast me zitten en we bleven elkaar een tijdje aankijken zonder iets te zeggen. Woorden waren simpelweg niet nodig. Ik vond het heel leuk om Willem weer in het echt te zien en om naast hem te zitten, en hij dacht er hetzelfde over. We hadden al genoeg "gepraat" per e-mail.

Dit hebben we hierna nog vaak gedaan. Iedere middag, als we allebei vrij hadden, ging ik even bij hem langs. Soms zaten we heel lang op zijn bed zonder iets te zeggen, maar soms voerden we ook juist allerlei gesprekken. Dan zei Willem bijvoorbeeld dat hij informatica eigenlijk maar stom vond en dan wilde hij graag dat ik uitgebreid ging vertellen over geneeskunde.

Eén keer gebeurde er iets vreemds. Ik denk dat het ongeveer drie weken later was. Ik zat weer met Willem op zijn bed, toen ik me ineens iets afvroeg.

 

Ik keek opzij en zag dat Willem nu heel angstig naar beneden keek. Ik bleef hem even aankijken, maar hij keek niet terug. ,,Wat vroeg je je af?'' vroeg Jansen. Ik zei: ,,Er lag een doosje op zijn nachtkastje, een groen doosje.'' Willem keek me nu aan met een bijna boze blik in zijn ogen. Jansen ging recht in zijn stoel zitten en zijn blik werd ernstiger. ,,Vertel me alles over dat groene doosje.'' Ik keek Willem aan en zei: ,,Willem, het is voor je eigen bestwil. Dat weet je zelf ook.''

 

Ik zat naast Willem en ik zat rond te kijken, totdat mijn aandacht werd gevestigd op dat groene doosje. Ik keek er even naar en stond toen op om het doosje te pakken. ,,Wat doe je nu?'' vroeg Willem en hij keek me onaangenaam verrast aan. Ik ging weer naast hem zitten, met het doosje in mijn hand. ,,Wat is dit eigenlijk voor doosje, Willem?'' vroeg ik, maar hij wilde niet antwoorden. Ik draaide het doosje om en zag dat er een etiketje op zat. Het leek wel alsof er een medicijn in moest zitten. Ik keek van het doosje naar Willem, die geschrokken naar het doosje keek. ,,Niet doen, Anja. Dat maakt alles kapot.'' Ik las het etiketje. ,,Zijn dit...'' Ik kon mijn vraag niet afmaken. ,,Ja, inderdaad. Leg snel weg! Ik wil het niet meer zien!'' Willem klonk heel ernstig, dus ik legde het doosje snel terug waar het lag, op het nachtkastje tussen een stapel boeken en een wekker.

Pardoes was de deur opengegaan en ik was van schrik weggedoken. Ik hoorde een vreemde stem. ,,Gaat alles goed? Ik hoorde je schreeuwen.'' ,,J-j-ja. Alles goed, Pieter... Echt!'' zei Willem. Even bleef het stil en toen verdween de huisgenoot weer.

 

,,Hmm...'' mompelde Jansen, naar zijn aantekeningen kijkend. ,,En daarna? Jullie zijn toch bij elkaar gaan wonen?'' Willem begon te vertellen.

 

Een maandje geleden ben ik bij Willem ingetrokken. Ik was uit huis gezet en ik had al bij verschillende mensen gelogeerd, maar nu wist ik geen adres meer. Willem zei dat ik wel bij hem kon blijven, dus ik ging met mijn spullen en mijn slaapzak naar hem toe. We hadden het sinds die vervelende middag niet meer over het groene doosje gehad en verder ging het helemaal goed tussen ons.

De afgelopen paar weken waren geweldig. We hebben elkaar echt heel goed leren kennen, nog beter dan we elkaar al kenden van het e-mailen. We waren nu constant bij elkaar, behalve natuurlijk als we naar een college waren.

Op een avond nam Willem me mee naar buiten, naar het bos. We hebben daar een eindje gewandeld, tot we bij een meertje kwamen. De lucht was helder, waardoor de maan heel mooi weerspiegelde in het water. We gingen zitten op een bankje aan de rand van het meer en Willem pakte mijn hand vast. ,,Anja,’’ zei hij, terwijl hij me met een stralend gezicht aankeek, ,,Ik hou van je.’’ Ik was natuurlijk blij dit te horen, dus ik begon te blozen. ,,Ik meen het, Anja, ik hou echt van je. Mijn leven is eigenlijk nooit echt heel leuk geweest en een paar maanden geleden voelde ik me ook diep ongelukkig. Maar nu ik jou ken, voel ik me goed. Ik denk dat er niets mooiers bestaat op deze wereld dan wat ik nu voor jou voel.’’ Ik zal niet snel vergeten dat hij dat zei. Ik keek even naar de maan in het meertje en toen weer naar Willem. ,,Ik hou ook heel veel van jou, Willem. Ik hoop dat er nooit iets tussen ons zal komen.’’ We hebben daar een tijdje tegen elkaar aan gezeten, in het meertje kijkend, totdat we ontdekten dat het al twee uur ’s nachts was. Toen zijn we maar weer naar huis gegaan.

 

,,En jouw huisgenoten, Willem? Hoe reageerden zij op Anja?'' vroeg Jansen. Willem keek even verbaasd en toen verscheen er een lachje om zijn mond. ,,Zij hebben Anja eigenlijk nooit ontmoet. Anja is alleen maar op mijn kamer geweest en ze was altijd weg als iemand in mijn kamer kwam.''

Het bleef even stil. Jansen keek peinzend uit het raam. ,,En het groene doosje? Je hebt dus niet...'' ,,Nee!'' schreeuwde Willem, ,,Nee! Ik heb me nooit echt gelukkig gevoeld, totdat ik Anja ontmoette. Eindelijk iemand die naar me luistert! Eindelijk iemand die echt in me is geïnteresseerd! Eindelijk een meisje dat ook in de wolken is van mij!'' Willem schreeuwde het uit en ik voelde aan zijn pols dat zijn hartslag flink aan het stijgen was. Jansen keek hem ernstig, maar heel rustig aan. ,,Willem, ik weet dat het niet leuk voor je is, maar ik zal echt maatregelen moeten nemen.'' Willem barstte in snikken uit. ,,Vanavond neem je gewoon weer je pillen. Ik heb je de vorige keer uitdrukkelijk gezegd dat je ze moet blijven gebruiken.'' zei Jansen kalm. Willem zat verslagen in zijn stoel en de tranen rolden over zijn wangen. ,,En volgende week wil ik je weer zien voor een onderzoek. Je moet echt je pillen blijven nemen. Anders moeten we je misschien weer opnemen.'' Willem begon steeds harder te huilen. ,,Stil maar, Willem. Het komt wel goed.'' fluisterde ik in zijn oor, maar het hielp nauwelijks.

 

En nu zitten we dus op zijn bed. Willem heeft heel weinig gezegd sinds ons bezoek aan de psychiater, totdat hij een uurtje geleden weer in snikken uitbarstte.

Willem kijkt me aan met zijn betraande ogen. Door de tranen lijken zijn ogen nu nog blauwer. Ik pak het groene doosje uit zijn hand en open het. ,,Doe het nou maar, Willem. Morgen is alles over.'' Willem begint weer hard te huilen, maar neemt toch twee pillen uit het doosje. Hij stopt met huilen en een vreemde, afwezige blik verschijnt op zijn gezicht. Hij stopt de pillen in zijn mond, slikt ze door en gaat liggen. ,,Rustig maar, Willem. Ik ben bij je.'' fluister ik in zijn oor, maar ik heb geen flauw idee of hij het nog hoort.

 


 

 


Ik hoor harde rapmuziek. Het zal wel weer Pieter zijn, die niet weet hoe hij verantwoord met de volume-knop van zijn stereo-installatie om moet gaan. Ik open langzaam mijn ogen en de doffe zonnestralen die door mijn gordijn schijnen, bereiken mijn ogen. Ik kijk om me heen en ik zie dat ik helemaal alleen in de kamer ben. Mijn blik valt op het nachtkastje, op het groene doosje. Er gaan nu honderden gedachten door mijn hoofd, maar ze komen allemaal uit bij dezelfde hoofdgedachte. Allerlei herinneringen van de afgelopen maanden vragen mijn aandacht en het duurt dan ook even voordat ik mezelf er toe kan zetten om uit bed te stappen. Ik loop de gang in, op weg naar de badkamer. Mijn hoofd voelt heel zwaar en iedere seconde lijkt een paar minuten te duren. De badkamer is nu verder weg dan ooit, maar nog lang niet ver genoeg. Als ik er eindelijk kom, open ik de deur en loop ik naar binnen. Ik doe het licht aan en het gruwelijke besef dat ik al heb sinds ik opstond, wordt bevestigd.

Geluk zit niet in de wereld om je heen. Geluk zit in je hoofd. Of erger: het zit er niet. In de spiegel zie ik een gezicht waar veel beschrijvingen op van toepassing zijn. Twee helderblauwe ogen kijken me aan. Ik heb mezelf nog nooit zo eng gevonden.

 

Reageren op dit verhaal

Een reactie plaatsen in het gastenboek
Reacties van anderen lezen