Peter Moor
www.petersverhalen.nl
Z'n gangetje
Langzaam
maar zeker dringt het schelle geluid zich op aan Berend. Hij draait zich om,
drukt de wekker uit en trekt zijn arm weer onder de warme, zachte deken. Even
blijft hij stil liggen, maar na enkele seconden opent hij zijn ogen. Op de
stoel naast zijn bed ziet hij zijn kleren liggen zoals ze de vorige avond
achteloos zijn neergesmeten. In de hoek van het kleine kamertje staat de grote
kledingkast, stoer en imponerend zoals altijd in de schemering. Berend draait
zich op zijn rug en kijkt opzij naar het bladermotief van zijn gordijnen. Hij
heeft het gevoel van alles te hebben gedroomd, maar kan zich weinig specifieks
herinneren. Het is ook eigenlijk niet belangrijk. Berend weet dat hij is
ontwaakt uit meer dan een rare droom.
Terwijl het zachte tapijt zijn voeten verwelkomt, flitsen allerlei gedachten door
Berends hoofd. Hij stapt vooruit en opent de deur naar de woonkamer van zijn
appartement. Zijn blik glijdt van de computer naar de keuken en vervolgens naar
het bankstel tegenover hem. De zithoek. Daar heeft hij gisteravond gezeten,
samen met Sanne. Na al die jaren had ze ineens voor zijn deur gestaan. Berend
loopt naar de keuken om het Senseo-apparaat aan te zetten. Hij gaat op een kruk
zitten en staart naar het knipperende lampje. Terwijl het apparaat steeds
luidruchtiger wordt, dwalen Berends gedachten af naar vervlogen tijden. Het is
alweer negentien jaar geleden dat hij Sanne voor het eerst ontmoette.
Het
was een heldere oktobermiddag. Buiten was de wind druk bezig om de Hollandse
eiken aan de straat te ontdoen van hun prachtig gekleurde bladeren, maar daar
had Berend geen oog voor. Net als op de meeste andere vrije middagen zat hij
binnen. Berend vermaakte zich altijd prima in het huis van zijn ouders. Hij had
veel speelgoed, dus saaie momenten waren zeldzaam. Op dit moment zat hij een
boek te lezen. Het was een boek dat hij al een paar jaar had. Eigenlijk was hij
er nu te oud voor, maar de vrolijke kabouters op de
kaft keken hem nog steeds heel uitnodigend aan als hij het boek in de
speelgoedkast zag liggen. Ook vandaag had hij het boek direct gepakt toen hij
het ontdekte, en nu was hij gretig aan het lezen. Het boek ging over kabouters
die in holletjes in het bos wonen. Wouter Kabouter was een stuk kaas kwijt, en
ging samen met zijn vrienden Henk Haas en Erik Egel op speurtocht om
uiteindelijk te ontdekken dat Jos Vos de dader was. Op iedere pagina van het
boek stond een bescheiden stukje tekst met daarnaast een prachtige tekening van
Wouter Kabouter en de andere personages. Berend kon intens genieten van dit
prachtige boek. Het verhaal was misschien niet erg verrassend meer, maar vooral
de afbeeldingen prikkelden Berends fantasie enorm.
,,Berend,
kom eens naar beneden! Er is bezoek!'' Bij het horen van zijn moeders stem keek
Berend op uit zijn boek. Hij stond op, holde naar de overloop en liep de trap
af. Halverwege bleef hij even staan om te luisteren naar de stemmen die uit de
woonkamer kwamen. Hij hoorde twee vrouwenstemmen, waarvan één duidelijk die van
zijn moeder was. De andere stem had hij nog niet eerder gehoord. ,,U heeft het hier wel mooi ingericht.'' ,,Zeg
maar jij, hoor.''
Toen berend de woonkamer binnenliep,
zag hij dat zijn moeder stond te praten met een onbekende vrouw. Kort haar, een
bril en waarschijnlijk de bron van een zoetig geurtje dat Berends neus opving.
Naast zijn moeder zag hij zijn jongere broertje Stefan staan. Berend zette nog
een paar passen, toen zijn moeder en de vrouw zich omdraaiden. ,,Dit is mijn oudste zoon. Berend, dit is mevrouw De Bont,
onze nieuwe buurvrouw.'' Berend had inderdaad meegekregen dat de oude mensen
van nummer acht waren verhuisd, maar hij wist niet dat er al nieuwe bewoners
waren. Hij keek mevrouw De Bont verbaasd aan, die met een grote glimlach een
hand uitstak en zich naar hem toe boog. ,,Hallo
Berend, hoe oud ben jij?'' Berend wist het nu zeker: de zoete geur kwam
inderdaad van haar. ,,Negen.'' Nauwelijks had hij het
woord uitgesproken, of er kwam antwoord van achter mevrouw De Bont. ,,Ik word ook negen over zes weken, en dan krijg ik een
ponystal voor mijn barbies!'' Mevrouw De Bont zette een stapje opzij, zodat
Berend het kleine meisje kon zien dat achter haar stond. ,,Dit
is Sanne,'' zei mevrouw De Bont. Berend keek het meisje aan. Ze had
appelwangetjes, een wipneusje, twee donkere, fonkelende ogen en blond, warrig
haar. Glimlachend keek ze terug. Het was een vrolijke verschijning, maar Berend
vroeg zich alleen af waarom meisjes zulk stom speelgoed leuk vinden. Hij keek
opzij en zag dat Stefan ook onverschillig naar Sanne keek.
Het
was ongeveer een week later toen Berends vader thuiskwam met een grote doos.
Moeder zette net de pan met aardappelen op tafel toen hij binnenkwam. Met grote
ogen keken Berend en Stefan naar hun vader, terwijl deze de doos in de hoek
zette en glunderend naar zijn familieleden keek. ,,Ik
heb er dan toch maar één gehaald!'' zei hij vrolijk tegen Moeder, die streng
terugkeek. ,,Prima, maar we gaan eerst eten. Ik heb
het net klaar.'' Berend keek naar de doos. ,,Wat zit
er in, Pap?'' Vol trots vertelde Vader dat hij een computer had gekocht. Berend
keek hem verbaasd aan, waarop hij uitlegde dat het een heel modern apparaat was
waar je teksten mee kon typen. ,,Maar het is geen
typmachine. Je kunt namelijk ook teksten opslaan en later pas afdrukken. En je
kunt er nog meer mee...'' Hij draaide zich om en pakte een plastic schijfje met
een gekleurd stickertje uit de doos. ,,Je kunt er ook
spelletjes op spelen!'' Op de floppy in zijn hand stond een geel wezentje dat
bestond uit alleen een gele cirkel met een mond en een oogje. ,,Pacman!'' zei Vader. Berend en Stefan juichten
enthousiast, al hadden ze nog nooit van Pacman gehoord. Berend keek naar het
gele wezentje en begreep dat zijn vader niet zomaar een apparaat had gekocht.
Wat een computer precies was, wist hij toen nog niet. Het zou echter niet lang
meer duren voordat een leven zonder een computer onmogelijk zou lijken.
Berend
loopt met zijn mok verse Senseo-koffie naar het raam van zijn appartement en
kijkt uit over de straten voor hem. Het is al vrij licht buiten, maar er is nog
weinig activiteit op straat. Berend neemt een slokje koffie. Negentien jaar
geleden, alsof het niets is. Zou zijn leven anders zijn geweest als Sanne niet
bij hem in de straat was komen wonen? In het begin zeker niet. Na de dag dat
zijn vader met een computer thuiskwam, was Berend nog minder op straat te
vinden dan ervoor. Maar daarna?
Berend drinkt zijn koffie op, loopt
naar de badkamer en stapt onder de douche. Terwijl het warme water over zijn
rug stroomt, staart hij naar de voegen tussen de witte
tegels in de badkamermuur. Er is weinig op de wereld te vinden wat zo
nietszeggend en oninteressant is als de voegen tussen
badkamertegels. Achtentwintig jaar is Berend nu, en oude herinneringen komen
langzaam weer naar boven.
Berend
liep door een lange gang met grijze en blauwe muren. Zo hier en daar hingen
versieringen. Nou ja, versieringen... Hakenkruizen en afbeeldingen van Adolf
Hitler. Berend liep om een hoekje en ontdekte daar een stalen deur. Hij opende
de deur, die niet openklapte maar opzij schoof. Terwijl de echo van dit kabaal
nog hoorbaar was, klonk een Duitse stem. Berend keek opzij en zag een blonde
man in een blauw SS-uniform die met een machinegeweer
aan het schieten was. Gelukkig reageerde Berend snel genoeg. ,,Mein
Leben,'' zei de man toen hij dood neerviel. Het was weer stil; het gevaar was
weer even geweken. Berend kon verder lopen, op zoek naar de uitgang. Nou ja,
een echte uitgang leek er niet te zijn. Berend was op zoek naar de lift die hem
een etage hoger zou brengen. Een nieuwe etage vol gangen, kamers en enge
Duitsers met wapens. Ramen waren er simpelweg niet. Alleen maar muren en
vijanden. Heel sporadisch was er wel een stuk muur met lichtblauwe en groene
vlakken dat uitzicht naar buiten voor moest stellen, maar het zag er meer uit
als een beschilderde muur dan als "buiten".
Berend, inmiddels 12 jaar oud, zat
achter de computer van zijn vader. Hij was Wolfenstein 3-D aan het spelen, een
computerspel dat een 3-dimensionale ruimte simuleerde waarin je rond kon lopen.
Onder in beeld was het hoofd zichtbaar van B.J. Blazkowicz, de Amerikaanse held
die je bestuurde. Berend vond het een griezelig spel. 's Nachts was hij al eens
wakker geworden omdat hij droomde dat hij echt in die enge wereld rondliep.
Muren, muren en nog meer muren... Geen buitenwereld, geen normale mensen,
alleen maar gangen die naar meer gevaar leidden. Eindeloos. Maar toch bleef hij
het spel spelen. Het was ronduit fantastisch. Rondlopen in een levensechte
schijnwereld op een beeldscherm. Berend had het spel gekregen van zijn vriendje
Alfons. ,,Hebben jullie een computer? Vet, ik heb nog
wel wat spelletjes!'' Al snel was Alfons na schooltijd langsgekomen met
diskettes vol spelletjes. Berends vader had niet alle spelletjes gezien, zeker
Wolfenstein niet. Dat zou hij vast te gewelddadig hebben gevonden.
Toen de deur van het kleine
werkkamertje ineens openging, keek Berend geschrokken op van het beeldscherm. ,,Oh, hoi Sanne.'' Berend had de deurbel niet gehoord, maar
zijn moeder had waarschijnlijk opengedaan. ,,Hoi,'' zei Sanne, ,,weer spelletjes aan het spelen?'' Met een sympathieke blik
keek ze naar het beeldscherm. Sanne woonde nu ongeveer drie jaar bij Berend in
de straat en ze kwam regelmatig langs. Berend ging verder niet met meisjes om,
maar hij moest toegeven dat een buurmeisje wel leuk was. Als het lekker weer
was, gingen ze soms met stoepkrijt speurtochten uitzetten. En als het geen
lekker weer was, toonde Sanne vaak interesse in Berends grootste hobby. Ze was
een leuk speelkameraadje, want Stefan was meestal te druk met eigen vrienden om
iets met Berend te doen.
,,Ben je
dat enge spel weer aan het spelen? Zullen we Keen gaan doen?'' Berend stemde in
en sloot zijn spel af. ,,Schuif eens op,'' zei Sanne
terwijl ze naast Berend op de grote bureaustoel ging zitten. Berend startte
Commander Keen op, een computerspel over een achtjarige jongen die als een ware
held de Aarde beschermt tegen boosaardige ruimtewezens. Het was een zogenaamd
platformspel, wat inhield dat Commander Keen in een 2-dimensionale wereld
rondliep en dat je er van opzij tegenaan keek. Commander Keen had een
pistooltje waarmee gegolfde lijntjes (laserstralen?) afgevuurd konden worden.
Als hij zelf tegen een ruimtewezen of een vijandige laserstraal opliep, ging
hij dood.
,,Hoe was
jouw schoolreisje trouwens?'' vroeg Sanne terwijl ze met Commander Keen door
een vrolijk gekleurde omgeving naar een gebouwtje van stenen blokjes toe liep. ,,Ik heb morgen pas mijn schoolreisje,'' antwoordde Berend.
Commander Keen sprong van stenen blokjes op stenen blokjes tot hij boven op het
gebouw stond. ,,Oh, ik dacht dat je dat vandaag had.
Heb je er wel zin in?'' vroeg Sanne, terwijl ze Keen op een wolkje in de lucht
liet springen. ,,Zeker! Een dagje geen les is toch
altijd goed! En het museum heeft volgens mij ook dinosaurussen, dus dat is wel
stoer.'' Sanne draaide haar gezicht naar hem toe en keek hem met een glimlach
aan. ,,Wat een jongensopmerking is dat toch weer!''
Berend glimlachte terug, toen een elektronisch melodietje uit de computer klonk.
Commander Keen was tegen een groen mannetje aangelopen. ,,Je
bent af! Mijn beurt!'' Met een grijns pakte Berend het toetsenbord uit Sannes
handen.
Het
schoolreisje de volgende dag was leuk. Groep 8 ging in het kader van biologie
naar een groot museum met fossielen van allerlei exotische dieren en planten.
In de bus zat Berend naast zijn vriend Alfons. Ze hadden het zoals wel vaker
over computerspelletjes. Alfons was de laatste tijd druk bezig met Lemmings, de
bekende klassieker waarin je mannetjes door een soort doolhof naar een uitgang
moest leiden. Alfons had de gave om op een zeer enthousiaste en interessante
manier over spelletjes te praten. Berends liefde voor de computer kreeg geen
kans om af te nemen, als Alfons stralend vertelde hoe briljant de laatst
gespeelde Lemmings-puzzel in elkaar had gezeten. ,,Dan
moet je dat vooruit gestuurde mannetje terug laten graven, want hij kan dat dan
omlaag doen. En als ze dan bij elkaar komen, kan iedereen er langs!'' Berend
zag het helemaal voor zich. Zelf was hij ook begonnen aan Lemmings, maar hij
was nog te druk met Wolfenstein 3-D om veel tijd in Lemmings te stoppen.
Toen de bus vlakbij het museum
stopte, stapten alle leerlingen uit. Het museum lag op een bedrijventerrein met
grote flatgebouwen. Berend had, net als de meeste klasgenoten, nog nooit zulke
grote flats gezien. Die bestonden niet in het provinciestadje waar ze vandaan
kwamen. Berend keek op naar de grote flats en vroeg zich hardop af wat mensen
op een kantoor eigenlijk deden. ,,Nou,'' zei meester Jacco die hem hoorde, ,,administratieve dingen bijvoorbeeld. Of klanten ontvangen
om er afspraken mee te maken. Of teksten schrijven. Heel veel beroepen kunnen
prima worden uitgeoefend in een kamertje met een bureau en een computer.'' Berend
dacht bij het woord "beroepen" direct aan bakkers en loodgieters, dus
het klonk voor hem nogal vaag. ,,Of computerspelletjes
maken,'' zei Alfons. ,,Dat doen mensen natuurlijk ook
op een computer.''
Dit moment zou Berend nog lang
bijblijven. Hij had er nooit eerder over nagedacht dat spelletjes ooit gemaakt
waren door andere mensen. Mensen die er hun brood mee verdienden. Berend keek
op naar het mooiste flatgebouw dat hij kon zien en wist ineens wat hij later
wilde gaan doen. Zoiets geweldigs als Wolfenstein creëren, wat kon er nou
leuker zijn dan dat?
Toen groep 8 het museum binnenging,
liep Berend met de andere jongens gelijk naar de vleugel met
dinosaurusskeletten. Deze waren geweldig; zelfs de bekende Tyrannosaurus Rex
was vertegenwoordigd. Maar wat Berend van deze dag het meest bij zou blijven,
was een mooi gevoel dat hij niet eerder had gehad: een beeld van zijn
droombaan. Een heel helder, mooi beeld van "later".
Als
berend zich heeft afgedroogd, kleedt hij zich aan. Een pantalon en een overhemd,
want hij wordt geacht er altijd netjes uit te zien op zijn werk. Ach ja, zijn
werk... Zestien jaar geleden hoopte hij ooit achter een computer te zitten in
een luxe kantoor met leuke collega's. Zijn fantasie de vrije loop te laten en
de meest creatieve computerspelletjes te maken. Terwijl hij de knoopjes van
zijn overhemd dichtdoet, vraagt hij zich af waar het nou precies verkeerd is
gegaan. Ligt het alleen aan zijn huidige baan of ook aan hemzelf?
Berend voelt zich verward. Jarenlang heeft hij niet meer gedacht aan dat kind
met zijn dromen. Zou dat jongetje blij geweest zijn als hij had geweten hoe
zijn leven er zestien jaar later uit zou zien?
Berend trekt zijn jas aan, pakt zijn
autosleutels en verlaat zijn appartement. En dan Sanne... Ook al zo'n verwarrende geschiedenis. Aanvankelijk had Berend leuk
contact met haar, zoals wel meer buurjongens en -meisjes dat hebben. Maar ook
dit had anders uitgepakt dan verwacht. Misschien begon het wel in de Krieerhut.
Het
was laat in de middag toen de zestienjarige Berend naar huis fietste. Hij had
een lange schooldag achter de rug en was blij dat hij naar huis mocht. Hij
fietste stevig door. Niet alleen omdat het voor juni vrij frisjes was, maar ook
omdat hij heel erg toe was aan ontspanning. Er waren vandaag weer wat
tegenslagen geweest op het sociale vlak, waarop Berend toch al zo uitmuntend
scoorde, dus hij wilde zo snel mogelijk iets vermakelijks doen om van zijn
chagrijnige bui af te komen. Met zijn gedachten was hij nog bij Bart, die hem het meest pijn had gedaan.
Toen Berend na ongeveer een half uur
de straat in reed, zag hij Sanne al voor het huis van zijn ouders staan. Hij
herkende het profiel met de paardenstaart van grote afstand. Ze kwam wel vaker
langs na schooltijd; ze kende Berends rooster ongeveer. Toen Berend haar zag,
ging er even een fijn gevoel door hem heen. Sinds Berend naar de middelbare
school ging, had hij met geen enkele klasgenoot van de basisschool nog contact
gehouden. Met de meeste kinderen had hij nooit veel contact gehad, maar vooral van
Alfons was het jammer. Alfons was naar een andere school gegaan en de
vriendschappelijke band was vrij snel doodgebloed. Uit het oog, uit het hart.
Maar Sanne was anders. Sanne had al die tijd veel contact gehouden met Berend.
Ze was bijna een jaar jonger en ging ook niet naar dezelfde school als Berend,
maar ze kwam buiten schooltijd vaak langs. Het zou vanzelfsprekend lijken voor
leeftijdsgenoten die bij elkaar in de straat wonen, ware het niet dat Sanne
eigenlijk heel veel andere vrienden had. Ze was niet heel vaak thuis. Maar als
ze er was, kwam ze vaak langs. Sanne was meer dan een meisje uit de straat: ze
was een heel goede vriendin.
,,Hoi, hoe
gaat het?'' vroeg ze toen Berend zijn fiets naast haar tot stilstand bracht. ,,Z'n gangetje,'' zei Berend met een glimlach. ,,Goed dus?'' ,,Ja hoor, goed.''
Vrijwel ieder gesprek met Sanne begon tegenwoordig met deze woorden. Het was
een soort traditie geworden. ,,Leuke dag gehad?''
vroeg Sanne, terwijl Berend van zijn fiets stapte en de schuurdeur opende. ,,Och, jawel...'' Hij aarzelde even. ,,Nee,
eigenlijk niet.'' Sanne keek hem bezorgd aan. ,,Niet?
Wat was er niet leuk aan dan?'' Berend ging het schuurtje in, zette zijn fiets
tegen de muur en draaide zich naar haar toe. ,,Tja,
ach, het begon eigenlijk vanmorgen tijdens Biologie. Twee klasgenoten houden
binnenkort een groot feest om te vieren dat het jaar er bijna op zit en ze
deelden uitnodigingen uit. Gok eens.'' Met een onzeker glimlachje keek hij
Sanne aan. Het was vrij donker in het schuurtje, maar hij kon haar bezorgde
gezicht goed zien. ,,Jij bent niet uitgenodigd?'' ,,Nee. En volgens mij ben ik weer eens de enige. Ik heb in
ieder geval niemand anders gezien die geen uitnodiging kreeg.'' Sanne keek hem
meevoelend aan. ,,En ach,'' zei Berend, ,,op zich zijn
zulke feestjes misschien wel niets voor mij. Maar het zou leuk zijn als ik eens
een keer werd gevraagd.'' Hij bleef even stil staan, voordat hij zijn tas uit
zijn fietstas haalde.
,,Maar het
vervelendste kwam daarna nog, toen ik met Bart sprak.'' Zoals Sanne wist, was
Bart de jongen naast wie Berend al jaren zat in de klas en met wie hij ook het
meeste contact had op school. ,,Bart zei dat hij had
nagedacht en dat hij volgend jaar niet meer naast me wilde zitten. Hij gaf niet
echt een reden op, maar het is wel duidelijk. Ik ben niet populair genoeg.''
Berend merkte dat de toon van zijn stem wat hoger werd en keek gegeneerd naar
de cementen vloer van het schuurtje. Het was even stil. Toen
kwam Sanne een stapje dichterbij staan en legde ze haar hand op zijn schouder. Berend
bleef naar de vloer kijken. ,,Bart trok al steeds meer
met anderen op. Hij wil er duidelijk bij horen. En dan ben ik ook maar een blok
aan je been.'' Sanne opende haar mond om iets te zeggen, maar Berend was haar
voor. ,,Ach, nog twee jaartjes en dan ontmoet ik toch
weer totaal andere mensen. Later wordt het wel beter.'' Hij keek op naar Sanne
en vroeg zich af waarom zij eigenlijk met hem omging. Ze was niet alleen heel sympathiek,
maar ook erg knap. Ze was op haar school dan ook erg populair.
,,Weet je
wat? Ga zaterdag eens mee naar de Krieerhut.'' Sanne verwees naar een grote
jongerendisco waar zij bijna iedere week kwam. ,,Ik
weet dat het je niet leuk lijkt, maar misschien moet je er toch eens heen. Dan
weet je echt wat het is. Misschien vind je het wel heel leuk en dan kun je
meepraten met je klasgenoten.'' Berend haalde zich wat verhalen van populaire
klasgenoten voor de geest en trok een vies gezicht. Oudere mensen bier laten
halen en "chickies" versieren, daar ging het ze allemaal om. Berend
vond bier vies en de meeste anecdotes over versierpogingen vond hij ronduit
zielig. "Hé, ken ik jou niet ergens van?" tegen een wildvreemd meisje
zeggen om een gesprek met haar aan te knopen. Dan een drankje aanbieden en
hopen dat je kunt scoren. Zoenen, of nog beter: seks! Berend had er totaal geen
ervaring mee, maar het versieren leek hem zo stom dat hij de seks voor het
gemak ook maar niet miste. Maar deze dag, nu hij in het donkere schuurtje zijn
sympathieke buurmeisje aankeek, dacht hij dat hij inderdaad wel wat meer moeite
zou mogen doen om in te burgeren bij zijn leeftijdsgenoten. ,,Okee,'' zei hij
tegen Sanne, ,,ik ga zaterdag wel mee. Gewoon om eens
te kijken hoe het is.''
Die
zaterdag zat hij opgewonden bij het avondeten. Hij had Sanne de rest van de
week niet meer gezien, maar ze hadden afgesproken dat hij 's avonds naar haar
toe zou komen.
,,Zo, dus
jij gaat naar de Krieerhut vanavond?'' vroeg zijn moeder geïnteresseerd,
terwijl ze een beetje jus over haar aardappelen goot. ,,Spannend!''
Berend waardeerde het enthousiasme van zijn moeder, maar hij werd er vooral
nerveus van. ,,Misschien ontmoet je wel een leuke
meid,'' zei zijn vader. ,,Dat zou toch wel een keer...
Auw!'' Geërgerd keek hij naar Moeder, die met de grootste onschuld van de
wereld naar haar sperziebonen keek. Berend prikte zijn gehaktbal aan zijn vork
en nam er een hap van. ,,Je gaat trouwens wel een cool
shirt aantrekken hè? En gel in je haar doen?'' Op zijn gehakt kauwend keek
Berend opzij, naar Stefan. ,,Bij uitgaan letten mensen
wel extra op je uiterlijk. Daar kun je echt niet zó heen.'' Stefan keek naar
Berend alsof hij iets heel smerigs was. Berend knikte instemmend, terwijl hij
zijn broertje bestudeerde. In de smalle hals van diens t-shirt
was nog net een deel zichtbaar van het gouden kettinkje dat om zijn nek hing.
Berend wist dat het een cadeautje was geweest van Mandy, Stefans tweede
vriendin op de middelbare school. Stefan was een populaire jongen in zijn klas.
Berend kon zich goed voorstellen waarom; op familiefeesten was hij ook altijd
druk aan het socializen met neven en nichten. Berend
zelf was vaak te verlegen om contact te zoeken met familieleden die hij bijna
nooit zag, dus hij richtte zich dan meer op de hapjes.
Na het eten ging Berend nog even
achter de computer zitten om Red Alert te spelen, een computerspel waarin de
Russen en de gealliëerden (Amerikanen) oorlog voerden om Europa. Even lekker
ontspannen, voordat hij naar Sanne zou gaan. Het was één van
de eerste "real-time strategy games", wat betekent dat je als speler
een leger bouwt en hiermee het vijandelijke leger probeert te verslaan. Uiteraard
waren de Russen de slechteriken, maar Berend speelde toch met hun leger omdat
ze betere wapens hadden. Hij had een aantal mammoth tanks gebouwd, de zwaarste
en sterkste tanks uit het spel. Hij liet de tanks naar een brug rijden, want ze
moesten naar het andere eiland. Daar was immers het kamp van de gealliëerden.
De mammoth tanks zouden eerst de construction yard kapotschieten, het gebouw
waarmee alle andere gebouwen worden gemaakt. Na deze tactische zet zouden ze
alles kapotschieten wat ze konden raken. Een briljant plan, dacht Berend. Maar
terwijl zijn tanks de vijand naderden, kreeg hij ineens het bericht dat hij
zelf werd aangevallen. Snel nam hij zijn eigen kamp in beeld, om te zien dat er
inderdaad een paar gebouwen waren gesloopt. Radeloos keek hij op de kaart om te
zien waar de vijand vandaan kwam. Hij zag nergens vijandige landeenheden. Waren
het soms longbow helikopters? Nee, die waren veel te zwak om zo snel gebouwen
kapot te schieten. Terwijl Berend nog geschrokken op het kaartje keek, kwamen
er wat kogels in beeld en werd een volgend gebouw verwoest. Berend keek naar
het water en zag dat hij werd aangevallen met cruisers, gealliëerde boten die
van enorme afstanden kunnen schieten. Shit, hij was helemaal vergeten
onderzeeërs te bouwen als bescherming tegen cruisers.
Berend keek op de klok en sloot het
spel af. Eigenlijk moest hij bijna naar Sanne, dus hij kon maar beter stoppen.
Hij liep naar de badkamer en deed wat gel in zijn haar. Hij was de kwaadste
niet, dus hij volgde braaf Stefans advies op.
Een kwartiertje later stond hij bij
Sanne op de stoep. Het was nog steeds erg koud voor juni, dus hij was blij dat
Sanne de deur vrij snel opende. Berend wilde snel naar
binnen, maar hij bleef even sprakeloos staan toen hij Sanne zag. Ze had haar
lange haren niet in de gebruikelijke paardenstaart; het hing losjes achter haar
oren. Ze had duidelijk een flinke hoeveelheid make-up op en met een strak,
blauw naveltruitje liet ze duidelijk zien dat er na vijftien lentes heuse
borstjes aan het groeien waren. Berend bekeek haar met open mond. Dit was
duidelijk een andere Sanne dan de doordeweekse versie die hij kende. Eigenlijk
zag ze er best sletterig uit, maar tegelijk erg mooi.
,,Hoi,''
zei Sanne, toen Berend bleef staan. ,,Kom binnen.''
Berend keek haar aan terwijl hij langs haar naar binnen liep. ,,Je ziet er leuk uit.'' Sanne moest een beetje lachen.
Berend liep door de hal naar de woonkamer, waar twee andere meisjes op de bank
zaten. Net als Sanne waren ze erg uitbundig opgemaakt en gekleed. Toen ze
Berend zagen, stopten ze direct met praten. ,,Hoi, jij bent Berend?'' vroeg de donkerharige van de twee
met een vriendelijk gezicht, terwijl ze haar hand uitstak. ,,Ik
ben Marja.'' Berend gaf haar een hand en keek toen naar het andere meisje. Zij
had licht haar, net als Sanne. ,,Hoi, ik ben Sofie.''
Berend gaf haar een hand en ging op een lege bank zitten.
,,Je hebt Marja en Sofie ontmoet?''
vroeg Sanne, toen ze de kamer binnen kwam lopen. ,,Zij
zijn vriendinnen van school en ze gaan vanavond mee.'' Berend knikte
stilzwijgend en Sanne liep naar de keuken om een glas cola voor Berend te
pakken. ,,Zo, dus jij bent nog nooit in de Krieerhut
geweest?'' vroeg Marja. Berend schudde zijn hoofd. ,,Nee,
nog nooit.'' Met een peinzende blik keek hij Marja aan, diep nadenkend over
meer gespreksstof. ,,Jullie wel dus?'' Dit bleek een uitmuntende
vraag, want Marja en Sofie begonnen honderduit te vertellen over de
verschillende zalen in de Krieerhut, anecdotes van vorige bezoekjes en
natuurlijk tips om bier te krijgen als je nog geen zestien bent. Berend hoefde
alleen wat aandacht te veinzen om het gesprek op gang te houden, totdat ze een
half uurtje later met z'n vieren naar buiten liepen en
wegfietsten.
De Krieerhut was een heel nieuwe
ervaring voor Berend. Er waren verschillende zalen die zich voornamelijk
onderscheidden door het muziekgenre. Er hing een broeierig luchtje
en het zag overal zwart van de mensen. Sanne en haar vriendinnen waren vrij
snel bekenden tegengekomen, dus Berend bevond zich al vrij snel in een groep
van meer dan tien mensen. Omdat hij had besloten zich vanavond netjes aan te
passen, nam ook hij bier toen het eerste rondje werd gegeven. Al bij de eerste
slok bedacht hij zich hoe vies en bitter het eigenlijk was, dus hij nipte de
rest van de avond langzaampjes door. De groep splitste zich na een tijdje en
Berend raakte in gesprek met Marja. Het onderwerp van de conversatie kon hij
zich de volgende dag al niet meer herinneren, maar het was ongetwijfeld iets
heel luchtigs geweest. Wat hij zich wel zou herinneren, was dat hij tijdens het
gesprek naar de dansvloer had gekeken. Daar stond Sanne, die inmiddels een
weinig subtiele hoeveelheid bier had gedronken. Op het ritme van de muziek
kronkelde ze hitsig om een willekeurige jongen heen. Berend vond het vreemd om
zijn lieve, brave buurmeisje ineens in een heel andere rol te zien. Hij wist
niet goed wat hij er van moest denken. Toen het paringsritueel na enige tijd eindigde
in een kleffe omhelzing met een uitgebreide tongzoen, wist Berend niet waar hij
moest kijken. Marja was er inmiddels ook vandoor, dus hij zat er nog alleen met
twee onbekende mensen die druk in gesprek waren. Ook bij de andere tafeltjes
zaten mensen te praten en te lachen. Luidruchtig, want zonder stemverheffing
was het onmogelijk om boven de muziek uit te komen. Verveeld keek Berend naar
het biertje dat voor hem stond. Zijn gedachten gleden
weg naar Red Alert. Hij zag de landkaart voor zich, en het kamp dat hij had.
Hij bedacht dat hij onderzeeërs zou plaatsen om de vijandelijke vloot uit te
schakelen. En misschien moest hij ook wat migs
(gevechtsvliegtuigen) bouwen...
,,Hé Berend, zullen we naar huis
gaan?'' Berend keek verdwaasd op bij het horen van Sannes stem. Hij keek op
zijn horloge en zag dat het al half vier was. De avond was sneller voorbij
gegaan dan hij had verwacht. ,,Ja, is goed. Waar zijn Marja en Sofie dan?''
,,Volgens mij zijn ze al weg.'' Berend stond op en liep voor Sanne uit, op weg
naar de uitgang. Onderweg viel Sanne een paar keer bijna, dus Berend pakte haar
hand stevig vast terwijl ze door een nog vrij grote
menigte de weg zochten. Sanne keek hem vermoeid, maar dankbaar aan.
Toen ze eenmaal op de fiets zaten en begonnen te
rijden, viel Sanne om. Ze viel niet hard en had ook geen pijn, maar Berend wist
genoeg. ,,Ga maar bij mij achterop,'' zei hij. Sanne
zwalkte naar zijn fiets en ging achterop zitten. Ze deed haar armen om zijn
middel en ging tegen zijn rug hangen. ,,Je bent een schat,''
zei ze. Berend zei niets en begon te fietsen.
De fietstocht naar huis was rustig.
De wegen waren verlaten en het was bijna helemaal stil. Sanne leek in slaap te
zijn gevallen en Berend dacht na over de avond. Eigenlijk had hij zich niet
echt vermaakt, maar hij had het ook niet heel vervelend gevonden. Eigenlijk had
hij weinig gevoeld, behalve misschien verveling. Dat terwijl de Krieerhut iets
heel nieuws was geweest. En Sanne had hem ook enorm verrast. Bij het uitgaan
was ze duidelijk een heel ander iemand dan doordeweeks. Niet de brave
"girl next door", maar een hoerige puber die meer alcohol dronk dan
veel mensen die de wettelijke leeftijd van zestien wèl hebben gepasseerd. Maar
nu, aan het eind van een wilde avond, zat ze slapend bij hem achterop de fiets.
Toch nog steeds gewoon zijn buurmeisje en vriendin. Berend voelde haar lichaam
en hoorde haar zachtjes ademen. Hij wist niet wat hij er van moest denken.
Op
het trottoir loopt een jonge vrouw met twee kleine kinderen: een jongetje en
een meisje. De jongen wijst naar een man die verderop loopt en vraagt iets aan
zijn moeder, die hem boos aankijkt en zijn uitgestoken arm omlaag duwt. Het
meisje krijgt er niets van mee; zij kijkt alleen maar naar haar voeten, waarmee
ze precies op de rand van de tegels probeert te lopen.
Als er luid getoeter klinkt, kijkt
Berend omhoog naar het verkeerslicht. Het is groen. Hij trapt het gaspedaal in
en rijdt weg. ,,Ach ja,'' denkt hij. Het zijn niet
zomaar twee woorden; het is de enige beschrijving van zichzelf die Berend op
dit moment kan bedenken. De momenten uit zijn jeugd waar hij vandaag aan moet
denken, zijn ver weg. Heel ver weg. Tijd is een wreed fenomeen. Alles wat is
geweest, komt niet meer terug. Sterker nog: herinneringen raken steeds verder
verwijderd van de werkelijkheid. Steeds verder van het heden.
En dan schiet hem ineens een andere
herinnering in zijn hoofd: Sannes eenentwintigste verjaardag. Zonder enige
twijfel de mooiste herinnering uit Berends leven. En ook de meest
verschrikkelijke. De meest dierbare van alle herinneringen die hij ooit heeft
gehad, maar ook de meest pijnlijke. Berend denkt terug aan zijn vraag. Zou zijn
leven anders zijn geweest als hij Sanne nooit had ontmoet? Absoluut!
Berend
zat in de trein. Het ene na het andere weiland kwam voorbij, met zo hier en
daar een stukje bos. Nederland op zijn best. Berend keek naar het stelletje dat
tegenover hem zat. Een jongen en een meisje van ongeveer zijn leeftijd zaten
tegen elkaar aan, met hun handen in elkaar gevouwen. Gedurende de hele treinreis
hadden ze nog nauwelijks van elkaar weggekeken. Ze fluisterden en giechelden
voortdurend en af en toe werd er even een kusje gegeven. Berend vond het maar
niets. Dat openbare gekwijl altijd, alsof het verplicht is voor prille
stelletjes om de rest van de wereld te negeren en ongegeneerd in elkaar op te
gaan. Hopeloze vrijgezellen zoals Berend kunnen er niet naar kijken zonder een
gevoel van morele afkeur te voelen, stiekem gevoed door jaloezie. Berend keek
naar de andere kant van het gangpad. Daar zat een studente, herkenbaar aan het
psychologieboek dat ze ijverig aan het lezen was. Ze was mooi, erg mooi. Maar
eigenlijk vond Berend bijna alle meisjes mooi. Er zijn wel lelijke exemplaren,
maar de meeste meisjes zien er ieder op hun eigen manier prachtig uit.
Vanaf het station liep Berend naar
het huis van zijn ouders. Hij was nu eenentwintig en woonde al ruim drie jaar
in een studentenflat. Hij was (heel verrassend) informatica gaan studeren. In
het begin kwam hij nog ieder weekend naar zijn ouders, maar dit was steeds
minder vaak geworden. Nu was hij er ook al drie weken niet geweest. Dit weekend
vierde Sanne haar verjaardag, dus hij kwam maar weer eens langs.
Berend was amper halverwege toen een
fiets naast hem stopte. ,,Hé Berend!'' Berend keek opzij
en zag een vrolijk gezicht met een blonde paardenstaart. ,,Hoi,
waar kom jij vandaan?'' ,,Ik kom van m'n werk.'' Sanne
woonde nog bij haar ouders en werkte al een tijdje fulltime als verkoopster in
een warenhuis. ,,da's toevallig. Ik kom net van de trein.''
,,Ik heb je al een tijdje niet meer gezien. Je komt
echt te weinig thuis! Maar vertel: hoe gaat het?'' ,,Z'n
gangetje.'' ,,Goed dus?'' ,,Ja
hoor, goed. En met jou dan?'' ,,Nou, iets minder goed
op het moment... Het is uit met Robert.'' Robert was Sannes vriend. Althans, de
meest recente. Voor zover Berend het had bijgehouden, had Sanne nu wel met zo'n tien jongens verkering gehad. Haar populariteit was
niet zo vreemd, want ze was nog steeds erg knap. Bovendien had ze de afgelopen
jaren een mooi figuurtje gekregen met prachtige rondingen op de daarvoor
bestemde plekken. ,,Oh, hoe is het uitgegaan dan?'' ,,Tja, op zich hadden we toch niet zoveel gemeen. Dus we
hebben er samen maar een punt achter gezet. Maar het is toch jammer. Nu ben ik
al weer ruim twee weken single!'' Sanne keek Berend aan en moest toen lachen. ,,Sorry, dat was een gemene opmerking.'' Berend moest ook
glimlachen. ,,Nee hoor. Ik begrijp best hoe het is om
twee weken single te zijn. Daar heb ik juist veel ervaring mee!'' Sanne lachte.
,,Ach, je kunt er tenminste nog grappen over maken...
Maar jouw liefdesleven is dus nog steeds niet zo...'' ,,Nee,'' antwoordde
Berend, ,,nog steeds nul komma nul.'' ,,Toch meer uitgaan, Berend!'' Berend glimlachte. Ze hadden
dit gesprek al te vaak gevoerd. Sinds hij vijf jaar geleden mee was geweest
naar de Krieerhut, was hij bijna nooit meer uitgeweest. Hij ging soms wel uit
met zijn medestudenten, maar echt leuk vond hij het niet. En leuke dames
ontmoeten zat er al helemaal niet in. Berend vond het eigenlijk wel vervelend,
want hij wilde graag verderkomen op liefdesgebied. Hij vond het echter niet erg
om er over te praten met Sanne. Zij was een ervaren mannenversierder, maar ze
toonde altijd wel begrip voor Berends situatie.
Inmiddels waren ze al bij het huis
van Berends ouders. ,,Ik ga m'n ouders maar eens
begroeten.'' ,,Okee, dan zie ik je morgen!'' Berend
keek Sanne aan. Na al die jaren was ze nog steeds een goede vriendin. Hij had
via zijn studie ook aardige mensen leren kennen, maar hij had met niemand zulk
leuk contact als met Sanne. ,,Tot morgen!''
Het
was druk op Sannes verjaardag. Net als de voorgaande jaren zaten er meer dan
twintig mensen, van wie Berend bijna niemand kende. Gelukkig kreeg hij al snel
een flesje bier van Sanne. Tegenwoordig dronk hij wel bier; dat hadden zijn
medestudenten hem wel geleerd. Berend had na vele verplichte biertjes gemerkt
dat hij het zelfs wel lekker was gaan vinden.
,,Hé
Berend, hoe gaat het met jou?'' vroeg Marja, die naast hem kwam zitten. Ze
kenden elkaar nog van het uitstapje naar de Krieerhut en sindsdien zagen ze
elkaar af en toe, meestal op Sannes verjaardag. ,,Och, z'n
gangetje. Met jou dan?'' ,,Goed. Ik ben terug uit
Australië en nu ben ik begonnen aan de laboratoriumschool.'' Berend herinnerde
zich dat Marja de vorige keer vertelde dat ze klaar was met de havo en een
jaartje zou gaan reizen. ,,Zo, Australië... Hoe lang
ben je daar geweest?'' Marja vertelde dat ze er bijna acht maanden was geweest.
Berend luisterde aandachtig toen ze begon te vertellen over al haar avonturen
tijdens de reis. ,,En jij, doe je nog steeds
informatica?'' ,,Ja, ik zal wel moeten. Ik denk dat ik
nog wel twee jaar bezig ben voordat ik klaar ben.'' ,,Oh,
maar zo naar is dat toch niet?'' ,,Neuh, op zich niet,
maar ik heb het wel een beetje gezien.'' Marja keek hem verbaasd aan. ,,Vind je het niet leuk meer?'' Berend haalde zijn schouders
op. ,,Ach, jawel...'' Maar Marja zag duidelijk dat dit
niet meer de enthousiaste informatica-student van weleer was. ,,Maar vertel eens over de laboratoriumschool,'' zei Berend om
van onderwerp te veranderen. ,,Hoe bevalt dat tot nu
toe?'' Marja begon te vertellen over de foutjes die ze had gemaakt tijdens haar
eerste practicum en Berend luisterde. Zolang het maar niet over hem ging, vond
hij het gezellig.
De rest van de avond sprak Berend
met Marja en met Ruben, kennelijk ook een bekende van Sanne. Ruben speelde veel
online computergames en hij had van Sanne gehoord dat Berend daar ook nogal
verslaafd aan was, dus hij had hem aangesproken. Eigenlijk speelde Berend al
een tijdje bijna geen spelletjes meer, maar het werd een interessant gesprek
over de steeds beter wordende techniek in 3-d spelletjes. Ruben bleek er veel
van te weten en Berend vond het erg interessant.
,,Zozo, de
nerds hebben elkaar gevonden?'' vroeg Sanne met een glimlach, terwijl ze zowel
Ruben als Berend nog een flesje bier aanreikte. Haar motoriek maakte duidelijk
dat ze zelf ook al redelijk wat flesjes van binnen had bekeken. Ze had vandaag
haar haren los, maar was vrij normaal gekleed. ,,Hoe
kennen jullie elkaar eigenlijk?'' vroeg Berend. ,,Ruben
werkt sinds kort ook op mijn afdeling. En bij de broodjes hè, Ruben?'' Sanne
moest lachen. Berend had geen idee waar het over ging en keek naar Ruben, die
zei dat het een grap voor insiders was. Toen Sanne met andere mensen begon te
praten, zei Ruben: ,,Maar vertel trouwens eens, jij
doet informatica? Heb je ook al eens iets met OpenGL gedaan?'' Berend begon
enthousiast te vertellen over een project dat hij bij zijn studie had gehad.
Hij was de laatste tijd nogal aan het peinzen of hij zijn studie nog wel leuk
vond, maar Ruben bracht het beste in hem naar boven. Wat was het geweldig om
inhoudelijk over informatica te praten met iemand die oprecht geïnteresseerd
was.
Het was ongeveer half twee toen de
laatste bezoekers weggingen. Sanne zei dat ze ging afwassen en ze zwalkte met
glazen en schaaltjes naar de keuken. Berend besloot haar te helpen voordat hij
naar huis zou gaan, dus hij pakte een theedoek.
,,Geslaagde
verjaardag?'' vroeg hij. Sanne keek hem vermoeid aan. ,,Ja,
dacht ik wel. Heb jij je ook een beetje vermaakt?'' ,,Ja
hoor.'' ,,Lekker met Ruben over computerspelletjes
gepraat?'' Berend glimlachte en deed een keukenkastje open zodat hij de
afgedroogde glazen weg kon zetten. ,,Ja, da's wel een
aardige jongen.'' Sanne pakte een afwasborstel en begon wat glazen af te
wassen. ,,Maar wat hoorde ik nou van Marja? Ze zei dat
je een beetje uitgekeken was op je studie.'' ,,Tja,
ach... Dat klopt op zich wel. Het is niet dat informatica
niet leuk is, maar het is gewoon niet zo fantastisch als ik vroeger altijd
hoopte. Maar ja, toen was ik ook nog jonger. Misschien lijkt alles wel
leuker als je jong bent.'' Sanne moest lachen. ,,Jong?
Man, je bent eenentwintig! Je bent nog hartstikke
jong!'' ,,Ja, dat zegt m'n vader ook altijd. Dat dit
de mooiste tijd van m’n leven moet zijn.'' ,,Precies!'' zei Sanne, ,,Je moet genieten nu het nog kan!'' ,,Genieten
waarvan? Zo spannend is m'n leven niet.'' ,,Dat heb je
zelf in de hand. Ga meer uit of ga bij een sportclub of zo!'' Berend kende dit
antwoord wel, maar het klonk allemaal zo veel makkelijker dan het was. Hij vond
uitgaan niet echt leuk en hij had ook geen zin om bij een sportclub te gaan. ,,Volgens mij is de mooiste tijd van m'n leven al geweest.
Als kind kun je denken aan "later" en intussen leuke dingen doen. Inmiddels is "later" begonnen en heb ik nog steeds niet
echt veel vrienden. Van m'n studie word ik ook niet warm of koud meer.
En ik heb ook nog steeds nooit een vriendin gehad. Vroeger vermaakte ik me
gewoon met computerspelletjes, maar die tijd heb ik ook wel gehad.'' Het was er
ineens allemaal uitgeflapt, voordat Berend er erg in had. De afgelopen jaren
had hij een enorme demotivatie voor van alles ontwikkeld, maar eigenlijk hield
hij dit liever voor zichzelf. ,,Je moet niet zo negatief zijn,'' zei Sanne na
een tijdje, ,,het is nog lang geen "later".
Je wordt vanzelf wel weer enthousiast over je studie, en dan krijg je een leuke
baan, en een vriendin.'' ,,Jij hebt makkelijk praten.
Jij ontmoet vaak jongens, en die zien jou wel zitten. Maar op een nietsnut als
ik zit niemand te wachten.'' Sanne draaide zich om. ,,Je
moet niet zo overdrijven. Je bent geen nietsnut, maar je zou gewoon wat meer
mensen moeten ontmoeten.'' Berend keek naar het schaaltje dat hij aan het
afdrogen was. Vandaag werd weer eens bewezen waarom zulke gesprekken geen zin
hadden. Voor andere mensen was het toch altijd maar weer makkelijk,
alsof je motivatie zomaar ineens kunt oproepen.
Berend zette het schaaltje in de
kast. Toen hij zich weer omdraaide, zag hij dat Sanne nog steeds naar hem stond
te kijken. Berend wilde zeggen dat ze verder kon gaan met de afwas, maar Sanne
nam het woord. ,,Je bent een knappe jongen, Berend, je
hebt humor, je hebt veel verstand van computers... Als je niet zo verdronk in
zelfmedelijden en gewoon wat ondernemender werd, zou je vanzelf leuke meiden
ontmoeten.'' Glimlachend zette ze een stap in zijn richting, boog ze haar
gezicht naar dat van hem en begon ze hem te zoenen. Berend sloot zijn ogen en voelde hoe Sanne met haar tong die van hem
zachtjes begon te masseren. Hij wist niet wat hem overkwam. Het was iets totaal
nieuws voor hem. Alsof het vanzelf ging, beantwoordde hij de kus en legde hij
zijn handen onder op haar rug. Het moment leek wel uren te duren. Berend had
zich wel eens geprobeerd voor te stellen hoe een tongzoen zou zijn, maar het
overtrof al zijn stoutste verwachtingen. Toen Sanne haar hoofd terugtrok, zei
ze: ,,En je zoent nog goed ook!'' Berend voelde haar
prachtige lichaam tegen het zijne en keek van dichtbij
in haar donkere ogen. Hij haalde een hand door haar blonde haren en stopte een
lok weg achter haar rechteroor. Ze zeiden allebei een tijdje helemaal niets.
Berend bekeek haar gezicht. Wat was ze eigenlijk mooi. Niet mooi zoals veel
andere meisjes, maar echt ontzettend mooi. Eerst glimlachte ze even, maar toen
werd haar gezichtsuitdrukking serieuzer. Zo stonden ze een tijdje elkaar aan te
gapen, omarmd, totdat Berend zei dat ze de afwas nog af moesten maken. Sanne
liet hem glimlachend los en ging verder met de afwas. Het zou een zwijgzame
afwas worden. Toen Berend achteraf wegging, wist hij alleen "doei"
uit te brengen en ook Sanne zei weinig.
Een half uurtje later lag Berend in
bed, klaarwakker. Hij was op zijn rug gaan liggen en keek naar het plafond. Hij
voelde een enorme warmte van binnen en hij bedacht hoe bizar deze avond was
geweest. Hij kende Sanne nu al twaalf jaar en hij had haar altijd als een
gewone vriendin gezien, maar nu had ze hem ineens gezoend. En het was fantastisch
geweest, alsof de zon in Berends grijze bestaan ineens hard was gaan schijnen.
Hij had Sanne nooit als een mogelijke liefdespartner gezien, al had hij haar
altijd al wel aantrekkelijk gevonden. Maar wauw, vanavond waren ineens alle
puzzelstukjes in elkaar geschoven. Berend was steeds harder gaan geloven dat
hij een hopeloos geval was, een nerd die nooit een
uitgebreid sociaal leven of een romantische relatie zou hebben. Hij was
langzamerhand afgekickt van zijn verslaving aan computerspelletjes en hij had er
steeds meer bij stil gestaan dat er meer in het leven is dan eenzaampjes achter
je computer zitten. Vroeger had hij nog gedacht dat hij "later" wel
meer vrienden zou krijgen en een afwisselender leven zou leiden, maar het besef
was gekomen dat "later" wel erg lang op zich liet wachten. Maar
vannacht was het grote keerpunt in Berends bestaan dan eindelijk gekomen. Na al
die tijd had hij ontdekt dat Sanne altijd al de ware voor hem was geweest. Hij
zag al helemaal voor zich hoe ze nog eens zouden zoenen, hoe ze samen verder
het pad der liefde zouden bewandelen, hoe ze op een dag naast elkaar wakker zouden
worden en hoe veel plezier hij zou hebben in al zijn activiteiten, wetende dat
hij het zou doen vanuit zo'n goede basis. Berend
voelde zich gelukkiger dan ooit.
De
volgende middag liep Berend vrolijk naar buiten. Hij had besloten dat hij eerst
nog even naar Sanne zou gaan, voordat hij naar het station zou lopen. Terwijl
de laatste blaadjes van de bomen vielen, liep hij zenuwachtig naar het huis van
Sannes familie. De lucht was helder blauw en de gele en groene blaadjes op de
grond lichtten mooi op in het felle zonlicht. Berend keek er tevreden naar. Wat
een mooie dag was het toch. Spannend, maar ook mooi.
Toen Sannes moeder de deur had
geopend, was Berend toch wel erg zenuwachtig geworden. ,,Hoi
Berend, kom binnen. Sanne is volgens mij op haar kamer. Ik geloof dat ze net
wakker is.'' Berend liep de trap op. Toen hij op de overloop voor Sannes deur
stond, werd hij bijna duizelig van de zenuwen. Met een trillende hand klopte
hij op de deur. ,,Ja?'' hoorde hij Sanne zeggen,
waarop hij de deur opende en de kamer binnenliep.
Sanne zat op haar bed met een
afstandsbediening in haar hand. Op de kleine televisie op haar bureau uitte een
lichtblonde vrouw haar verbazing over het feit dat er niemand belde. ,,Een Hollands gerecht waar konijnen waarschijnlijk ook dol
op zijn. Nou, dat moet jij thuis toch weten!'' Vijf van de zeven letters van
"hutspot" waren zichtbaar boven de enorme cijfers van een geldprijs
en een telefoonnummer.
,,Hoi,''
zei Sanne slaperig, terwijl ze het geluid uitzette. Terwijl ze gaapte, ging
Berend naast haar op het bed zitten. ,,Ik wilde je nog
even zien, voordat ik de trein neem.'' Sanne glimlachte. ,,Da's
sympathiek.'' Berend wist even niet wat hij moest zeggen. ,,Ehm...
Over gisteravond, bij de afwas,'' stamelde hij, niet wetend wat hij eigenlijk
precies wilde zeggen. ,,Oh ja, de afwas.'' zei Sanne, ,,Heb
jij geholpen?'' ,,Ja,'' zei Berend, terwijl hij zijn
wenkbrauwen fronste. ,,Okee, nog bedankt! M'n moeder
zei dat er vanmorgen geen vaat meer stond, maar ik kon me helemaal niet
herinneren dat ik de afwas heb gedaan.'' Berend keek haar aan vol onbegrip. ,,Wat?'' ,,Nou ja, ik dacht al dat
je wel meegeholpen zou hebben. Bedankt hoor!'' Berend kreeg een heel raar
gevoel van binnen, maar deze keer niet positief. ,,Je
kunt je de afwas helemaal niet meer herinneren?'' ,,Nee...''
Sanne wreef met haar hand over haar oog. ,,Ach, hoort
er bij...'' ,,Hoort er bij? Hoe bedoel je?'' Berend
begreep niet wat ze zei. ,,Nou ja, dat heb ik wel
vaker als ik te veel heb gedronken.'' Berend voelde alle vrolijkheid uit zijn
lichaam wegvloeien. Verbijsterd keek hij Sanne aan, die glimlachend terugkeek. ,,Wat is er?'' vroeg ze. ,,Je weet
dus niets meer van de afwas van gisteren?'' ,,Nee, is
er iets gebeurd dan? M'n moeder heeft nog niet geklaagd over scherven.'' Sanne
moest lachen. Berend probeerde te slikken, maar zijn mond was in korte tijd
kurkdroog geworden. ,,Nee, niets... Ik ga maar.'' Hij
stond op en liep naar de deur. ,,Wat is er?'' vroeg
Sanne, maar Berend liep de overloop op zonder om te kijken of te antwoorden. ,,Berend?'' Hij liep de trap af en opende de voordeur. Met een
steeds hoger tempo liep hij naar het station, waar toevallig net een trein
klaar stond voor vertrek.
Als een zombie zat Berend in de
trein. Achteraf kon hij zich nog herinneren dat hij de hele tijd uit het raam
had gekeken, maar hij wist niet meer waar hij aan had gedacht. In zijn
studentenflat was hij naar zijn kamer gelopen, had hij de deur op slot gedaan
en was hij achter zijn computer gaan zitten. Hij had Wolfenstein 3-D opgestart.
Het was jaren geleden dat hij dit spel voor het laatst had gespeeld, maar hij
voelde ineens weer enorm de behoefte om het te spelen. Wat zag het spel er
eigenlijk slecht uit. De resolutie van het beeld was erg laag en de besturing
was achterhaald. Maar het kon Berend niets schelen. Hij startte een willekeurig level en begon rond te lopen. Met grote ogen
keek hij naar het beeldscherm, terwijl hij door kamers en gangen doolde. Hij
liep zo snel mogelijk rond, zodat zijn aandacht niet af kon dwalen. Er was
Wolfenstein, een doolhof vol Duitsers met wapens. En verder was er niets,
helemaal niets. De echte wereld bestond even niet, alleen Wolfenstein.
Na ongeveer tien minuten spelen kwam
Berend in een lange gang met zandkleurige muren. Zo hier en daar zaten
bloedvlekken op de muur en in de hoek stond een misplaatst plantje. Berend had
dringend behoefte aan verbandkistjes of voedsel, want hij was bijna dood. Het
hoofd onder in beeld had bloed op zijn gezicht en één oog zat dicht.
"Health: 13%" stond er naast. Het zag er akelig uit. Berend had het
bebloede gezicht vroeger vaak meegenomen naar Dromenland. Maar nu keek hij er
niet eens naar. Hij keek alleen naar de muren die hij haastig voorbij liep.
Veel lelijker en grover dan muren in nieuwe 3-d spelletjes, maar toch de muren
van het enige echte Wolfenstein. Dit waren de muren die jaren geleden op
Berends jeugdige netvlies waren gebrand. Aan het eind van de gang vond Berend een
deur, die hij opende om roekeloos de bijbehorende kamer in te lopen. ,,Spion!'' klonk een agressieve stem. Een officier, wist
Berend. Hij draaide zich om en zag inderdaad een officier, herkenbaar aan het
witte uniform. Vol agressie drukte Berend een paar keer op de Alt-toets om te
schieten en al snel viel de vijand met een ,,Nein, so
vas!'' neer. Berend draaide zich verder om, want hij hoorde nog steeds schoten.
Het was echter te laat. Het hoofd onder in beeld had zijn bebloede ogen
gesloten en het beeld werd rood, terwijl de "camera" zich omdraaide
naar de andere kant van de kamer. Daar stond een tweede officier, zijn pistool
nog in zijn handen. Het fatale schot was gevallen: game over.
Berend zat even uitdrukkingsloos
naar het beeld te staren. En toen gebeurde het. Hij
kon zich niet herinneren ooit in zijn leven gehuild te hebben, maar nu sprongen
de tranen in zijn ogen. Zijn vingers lagen nog bevend op het toetsenbord, maar
hij drukte geen toetsen meer in. Wolfenstein bestond niet meer. Het verouderde
computerspel misschien wel, maar de vertrouwde plek uit Berends jeugd was
verdwenen. Berends jeugd was voorbij. Berend had de afgelopen tijd veel
nagedacht over zijn leven, maar nu drong het pas echt tot hem door. De leegte
van zijn bestaan was vandaag maar al te duidelijk geworden. Hij voelde zich
ellendiger dan ooit tevoren en de tranen stroomden over zijn wangen. Hij zat
die middag nog lange tijd achter zijn bureau te huilen.
Het
is nog niet erg druk op kantoor. Berend loopt langs de tussenschotten, tot hij
bij zijn eigen bureautje komt. Hij zet zijn computer aan en loopt naar de
koffie-automaat. Beetje melk, beetje suiker, veel routine. De gebruikelijke
"goeiemorgens" en het langzame tempo waarin Berend iedere dag opnieuw
van de koffie-automaat naar zijn bureau wandelt. Zo hier en daar een
oppervlakkig praatje met een collega, inclusief slechte grappen die al veel te
lang worden herhaald.
Berend ploft neer op de stoel achter
zijn bureau en kijkt naar het plastic plantje dat naast zijn computer staat. Hij
blaast even over zijn koffie en haalt het roerstaafje er uit. Hoppa, met een
mooi boogje in de grijsgroene prullenbak. ,,Netjes,
Berend!'' zegt een collega die net voorbij loopt. Wat zijn collega's toch fijne
mensen. Ze staan altijd voor je klaar met hun inhoudsloze opmerkingen, slechte
moppen en kleinburgerlijke anecdotes. Maar toch: het is
altijd gezellig op kantoor.
Berend is al ruim vier jaar in
dienst als programmeur. Eigenlijk vindt hij programmeren saai, maar hij is in
deze baan gerold zonder er ooit over na te denken. Ooit zat hij nog vol
toekomstdromen, maar dat was in de loop van de tijd verdwenen. Al in de eerste
jaren van zijn studententijd hadden zijn ambities plaats gemaakt voor luiheid
en desinteresse. En toen kwam die verschrikkelijke avond
met Sanne. Vanuit het niets was er ineens een bron van hoop geweest, die na één
dag als een zeepbel uit elkaar zou spatten. Er was iets geknapt in Berend, iets
wat niet meer teruggedraaid kon worden. Eerst was hij een tijd depressief
geweest. Zijn motivatie was naar enorme diepten gezakt. 's Ochtends kon hij
maar moeilijk uit bed komen en hij had iedere dag heel veel aan Sanne gedacht.
Hij ging nog maar zelden naar zijn ouders, te bang om haar tegen te komen. Hij
had haar stelselmatig geprobeerd te ontwijken, en bij onbedoelde ontmoetingen
had hij heel koud en afstandelijk gedaan. Na iedere ontmoeting had Berend
gehuild. Hij dacht veel aan Sanne, veel te veel. Maar hij kon haar niet meer
zien; het was te pijnlijk. Na ongeveer een jaar had Berend zijn emoties onder
controle gekregen. Het was vrij plotseling geweest. Berend had zich aangeleerd
om niet meer aan Sanne te denken, om eigenlijk bijna nergens meer aan te
denken. Hij was alleen nog maar geïnteresseerd geweest
in computerspelletjes. Het contact met zijn weinige vrienden was zakelijker
geworden. Berend was netjes al zijn studievakken gaan halen, niet uit interesse
maar omdat hij wist dat het toch moest gebeuren. Momenten van bezinning waren
er niet meer. Berend deed wat hij moest doen en hij speelde computerspelletjes;
dat was het. En zo waren de jaren verstreken. Met een matige cijferlijst had
Berend zijn studie afgerond, waarna hij was gaan werken bij het eerste bedrijf
dat hem wilde hebben. Het was nauwelijks in hem opgekomen om alternatieven te bekijken.
En nu werkt hij hier al weer vier jaar.
Berend denkt aan gisteren. Het was
een rare avond geweest, toen Sanne ineens voor de deur had gestaan.
Het
was ongeveer acht uur 's avonds. Berend zat met een flesje bier op de bank. Hij
had een pizza gegeten en daarna nog even gegamed. Toen had hij zin gekregen om
televisie te kijken, wat resulteerde in teleurgesteld zappen. Na drie keer alle
zenders te hebben bekeken, bleef hij hangen bij een nieuwsbericht. Het ging
over de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Een charismatische man met
een blauwe stropdas vertelde dat hij om zich heen talentvolle mensen zag en dat
er voor dit hardwerkende volk een belastingverlaging nodig was. Berend zapte
verder en nam nog een slok van zijn biertje, toen ineens de bel ging.
Berend zette de televisie zachter en
liep naar de voordeur. Hij keek door het kijkgaatje in de deur en zijn hart
leek even stil te staan. Daar stond Sanne. Het was inmiddels jaren geleden dat
hij haar voor het laatst had gezien. Berend aarzelde even en pakte toen de
deurklink vast. Hij voelde enorme opwinding, maar wist niet of het positief of
negatief was.
De deur ging open en daar stond ze
echt, slechts een meter verwijderd van Berend. Jarenlang uit zijn hoofd
gebannen, heel bewust vergeten, maar nu stond ze ineens weer voor zijn neus. Ze
was duidelijk een paar jaar ouder geworden, maar haar schoonheid had er niet
onder geleden. Haar blonde haren kwamen nu nog maar net tot haar schouders, wat
haar erg leuk stond.
Ze zei even niets. Ze keek Berend
met een zenuwachtige glimlach aan, kennelijk afwachtend wat hij zou zeggen.
Berend was ook even sprakeloos, maar wist toen uit te brengen: ,,Hoi, kom binnen.'' Sanne liet een gespannen lachje horen
en liep langs Berend het appartement in. ,,Zo, je
woont hier leuk.'' Berend sloot de deur en liep naar haar toe. ,,Dank je. Ehm, wil je iets drinken?'' ,,Ja,
lekker... Eh, ik zie dat je bier hebt?'' Berend stak z'n
duim op en liep naar de koelkast.
,,Ik heb
het adres van je ouders. Ik, eh, ik wilde je toch weer eens spreken,'' zei
Sanne. Berend ging op de bank zitten en wist met trillende hand zijn eigen
flesje bier naar zijn mond te brengen. ,,We hebben elkaar zo lang niet
gesproken,'' ging Sanne verder, ,,En ons laatste
contact was ook niet echt...'' ,,Nee,'' gaf Berend toe, ,,Het
was niet heel geweldig.'' Hij nam snel nog een slok bier. Die afkoeling kon hij
op dit moment wel gebruiken. ,,Ik had eigenlijk het
idee dat je me niet meer wilde zien,'' zei Sanne ernstig. Berend nam nog een
slok bier, en nog een slok. Wat moest hij hierop zeggen? Hij was zelf al lang
vergeten hoe het contact met Sanne was doodgebloed, maar nu kwamen de
herinneringen weer omhoog. ,,Ehm,'' stamelde hij, ,,dat
klopt eigenlijk wel een beetje.'' Hij kreeg het nog warmer en wist niet waar
hij moest kijken. ,,Okee, en mag ik weten waarom dat
was?'' Sanne klonk niet boos of teleurgesteld, dus Berend durfde haar aan te
kijken. Ze keek hem strak aan. Berend keek weer weg, naar de tafel. Wat moest
hij hier nu op antwoorden? ,,Had het iets te maken met
m'n verjaardag?'' De vraag bracht direct meer herinneringen naar boven,
herinneringen die diep weggestopt waren geweest. De afwas, de zoen... Berend
zag het ineens weer levendig voor zich. Geschokt keek hij naar Sanne, nog
steeds geen idee wat hij moest zeggen. ,,Je was de dag
na m'n verjaardag langsgekomen en ineens weer weggegaan. En volgens mij hebben
we elkaar daarna nooit meer echt gesproken.'' Berend nam nog een teug uit zijn
flesje en stond op om naar de koelkast te lopen. ,,Jij
ook nog?'' vroeg hij, want hij zag dat Sannes flesje ook bijna leeg was. Sanne
knikte en keek toe hoe Berend twee volle flesjes uit de koelkast haalde. ,,Ik heb je gemist, Berend. We hadden vroeger zo veel
contact, en ineens wat het voorbij. Ik had het gevoel dat ik iets heel erg
verkeerds had gezegd of zo, maar je reageerde gewoon niet meer op mijn
telefoontjes of e-mail...'' Berend gaf haar een flesje en ging weer zitten. Hij
nam een flinke teug en ging toen rechtop zitten. ,,Weet
je hoe het zit?'' zei hij, terwijl hij peinzend naar de gordijnen keek. ,,We... Nee, laat maar.'' Berend bleef naar de gordijnen
kijken. ,,Alsjeblieft Berend, vertel me wat ik ooit
verkeerd heb gedaan.'' Er klonk nu duidelijk verdriet in Sannes stem, dus
Berend draaide zich naar haar toe en zei: ,,Je hebt
niets verkeerd gedaan, Sanne. Niets.'' Hij schoof op in haar richting en legde
zijn hand op die van haar. Meteen schrok hij van zijn eigen gebaar, en snel
trok hij zijn hand terug. Sanne keek hem verdrietig aan. ,,Echt
niet? Maar waarom...'' ,,Nee, je hebt niets verkeerd
gedaan. Echt niet. Ik kan je niet zeggen waarom ik je niet meer wilde zien.
Sorry.'' Sanne hengelde nog een beetje verder, maar Berend hield standvastig
vol.
Het was even stil. Toen vroeg Sanne,
die het blijkbaar opgaf: ,,Hoe gaat het eigenlijk met
je?'' Berend herkende de vraag en wist direct wat hij moest antwoorden. ,,Z'n gangetje.'' ,,Goed dus?''
Berend dacht even na. ,,Nee, z'n gangetje.'' Geen
woord gelogen. ,,En hoe gaat het met jou dan?'' ,,Oh, wel goed. Ik ben al een paar jaar floor manager van de
kleding-afdeling.'' ,,Okee. En verder, woon je nog
thuis?'' ,,Ik zit eigenlijk een beetje in een
verhuizing. Ik heb net een langdurige relatie beëindigd. We woonden samen.'' Ze
zweeg even. ,,En heb jij een relatie? Of gehad?''
Berend schudde zijn hoofd. Hij keek Sanne aan. Lange tijd had hij haar gezicht
niet uit zijn hoofd kunnen krijgen, maar de verliefdheid was nu al lang dood.
Sanne was een geweldige toekomstdroom uit een korte maar krachtige
geschiedenis, meer niet. Ze was die droom niet meer, alleen nog maar de levende
herinnering er aan. Ach, het leven kan raar lopen.
,,Dus we
zijn beide vrijgezel… Ach, we zijn nog jong,'' zei Sanne na een tijdje. ,,Het komt allemaal wel.'' Berend dacht aan het woord
"jong" en zijn leeftijd, maar hij kon de begrippen niet verenigen. Na
achtentwintig jaar ben je niet jong meer.
Sanne bleef nog ongeveer twee uur.
Het gesprek ging over de alledaagse dingen zoals werk en oude bekenden. Het was
vrij oppervlakkig, maar niet ongezellig. Toen Sanne uiteindelijk bij de deur
stond met haar jas aan, draaide ze zich om naar Berend. ,,Gaan
we elkaar nog vaker zien?'' vroeg ze. ,,Vast wel,''
zei Berend glimlachend. Sanne stak haar armen naar hem uit en omhelsde hem. ,,Ik hoop het,'' zei ze. Berend zei niets. De aanraking en
de geur van haar lichaam brachten weer oude gevoelens naar boven. Berend voelde
een brok in zijn keel. Dit was Sanne, het meisje van wie hij ooit had gedacht
dat ze de rest van haar leven met hem zou delen. Hopeloos naïef natuurlijk, en
maar voor zeer korte tijd, maar dat maakte het gevoel niet minder echt. Nooit
in zijn leven had Berend een fijner gevoel gehad dan toen, en dat gevoel drong
zich nu weer aan hem op. Met haar praten was goed
gegaan, maar deze omhelzing was iets te veel van het goede.
Sanne liet hem los en keek hem aan. ,,Nou, dan ga ik maar.'' Berend veinsde een glimlach, maar
hij deed zijn best om niet te huilen. ,,Misschien tot
binnenkort!'' ,,Ja, wie weet,'' zei Berend. Nadat hij
de deur achter haar had gesloten, liep hij naar de slaapkamer. Hij plofte neer
op zijn bed en begroef zijn gezicht in het kussen.
Berend
ligt met zijn hoofd op het bureau. In zijn ooghoeken ziet hij dat de computer
is opgestart, maar hij heeft geen zin om aan het werk te gaan. Helemaal geen
zin. Deze stomme klotebaan doet hem eigenlijk helemaal niets. Het enige waar
hij in lange tijd iets bij heeft gevoeld, was de omhelzing met Sanne gisteravond.
Een omhelzing waarvan hij wist dat het alleen een omhelzing was. Verder niets.
En toch leek die omhelzing meer waard dan al het andere wat Berend tegenwoordig
doet. Het gaf hem weer even een heel menselijk gevoel.
Berend sluit zijn ogen, in de hoop
dat de wereld om hem heen verdwijnt. Als hij na een tijdje zijn ogen weer opent
en zijn bureauspullen ziet liggen, krijgt hij ineens een idee. Hij gaat rechtop
zitten en pakt een grote rol sterk plakband. Wat een geweldig idee eigenlijk,
om uitgerekend zoiets saais als plakband te gebruiken om iets heel
buitengewoons te doen. Berend houdt de rol plakband bij zijn hoofd en duwt het
uiteinde tegen zijn wang. Zorgvuldig beweegt hij de rol opzij, waardoor er
plakband aan zijn neus plakt. Berend pakt een schaar en knipt het af. Dan doet
hij het nog eens, en nog eens, en nog eens. Al snel heeft hij zijn neus helemaal
onder het plakband zitten. Vooral de onderkant was even lastig, maar zijn neus
is nu helemaal afgesloten van de lucht om hem heen. Dan pakt Berend een nieuwe
rol, waar nog heel veel plakband omheen zit. Hij neemt de rol in zijn hand en
plakt het uiteinde weer aan zijn wang. Maar nu gaat hij niet alleen over zijn
neus, maar rond zijn hele hoofd. En daarna nog een rondje. En nog heel veel
rondjes. Als zijn gezicht bijna helemaal in plakband is gewikkeld, plakt hij
ook zijn mond af. Steeds sneller maakt hij rondjes om zijn hoofd, want hij weet
dat het anders niet lukt. Zijn adem begint al bijna op te raken. Meer plakband
over zijn gezicht, nog meer. Als zijn adem uiteindelijk op is, kan Berend niet
meer ademen. Hij merkt dat hij geen lucht krijgt en wordt duizelig, maar hij
houdt dapper vol. Als hij na een tijdje in paniek raakt, begint hij wild aan
het plakband te trekken. Maar het is te veel en te sterk. Hij krijgt het er
niet op tijd af, precies zoals hij het een paar minuten geleden heeft bedacht.
Berend
opent zijn ogen en kijkt om zich heen. Hij staat aan de rand van een weiland
vol geiten, in een dal tussen glooiende heuvels. Overal waar
hij kijkt, ziet hij de prachtigste kleuren. Het gras is groener dan
anders en de lucht is lichtblauw met schapenwolkjes. Achter Berend klinkt een
kabbelend beekje, dat uit een bos komt. Het water is helder. Berend loopt
tevreden het weiland in, tussen de geitjes door. Hij weet niet waarom, maar hij
voelt zich gelukkig. Alsof er geen enkele reden is om het niet te zijn. ,,Hé Berend!'' Berend draait zich om en daar staat Sanne. Ze
ziet er net zo uit als gisteravond, maar Berend vindt haar mooier dan ooit
tevoren. Hij rent op haar af en, nog belangrijker, zij rent ook op hem af. Ze
vliegen elkaar in de armen en kussen elkaar. ,,Wij
zijn voor elkaar gemaakt, Berend. Eigenlijk wisten we dat toch altijd al!''
Berend kijkt Sanne aan en kan niets anders doen dan lachen. Niet lachen om een
slechte grap of uit beleefdheid, maar echt van binnenuit lachen. Hij is het nog
niet verleerd.
Dan valt Berends blik op een computer
die midden in het weiland staat. Vreemd, die had hij net niet gezien. Verbaasd
laat hij Sanne los en loopt hij naar de computer, die aan blijkt te staan. Op
de monitor ziet hij versierde letters, half grijs en half rood. Onder de maar
al te bekende titel staat een man met agressie in zijn ogen om een hoekje te
wachten, totdat een patrouillerende soldaat langsloopt. Berend kijkt
geschrokken om naar Sanne, die hem bezorgd aankijkt. ,,Waarom?'' vraagt Berend. ,,Zijn we
niet in de Hemel?'' ,,Natuurlijk zijn we in de Hemel,''
antwoordt Sanne. ,,Maar waarom zijn hier dan
computers? Waarom zijn hier computerspelletjes? Waarom zie ik hier Wolfenstein
3-D?'' Woedend schopt Berend tegen de computer. ,,Maar
dat vond je toch leuk?'' vroeg Sanne. Berend voelt zich steeds kwader worden. ,,Waar slaat dit op?'' Het gras lijkt steeds minder groen en
Berend voelt de razernij in hem steeds groter worden.
,,Hé Berend, werk jij aan je bed of zo?'' Berend schrikt
wakker en gaat rechtop zitten. ,,Snap je... Omdat je
op je bureau ligt te slapen.'' Berend laat een beleefd glimlachje gezien, en
zijn collega loopt verder, tevreden met zijn eigen grap. Berend voelt met zijn
handen aan zijn gezicht. Geen plakband. Hij is in slaap gevallen en hij heeft
gedroomd. Heel vreemd gedroomd.
Berend staat op en loopt naar de
automaat voor meer koffie, terwijl er van alles door zijn hoofd spookt: Sannes
bezoek gisteravond, alle herinneringen die weer naar boven zijn gekomen, de
droom die hij net heeft gehad... Als hij bij de koffie-automaat staat, krijgt
hij ineens een ingeving. Er verschijnt een glimlach op zijn gezicht en hij
verbaast zich over het feit dat hij eigenlijk ineens heel vrolijk is. Met de hete koffie
in zijn hand loopt hij naar het kamertje van zijn chef. Hij klopt op de deur en
loopt naar binnen. ,,Dag Berend, hoe gaat het er
mee?'' vraagt de man vriendelijk. ,,Nou, z'n
gangetje,'' zegt Berend vrolijk. ,,Maar niet lang
meer. Ik kom ontslag nemen.''
Als Berend vijf minuten later weer
aan zijn bureau zit, pakt hij zijn mobiele telefoon en belt hij het nummer dat
hij gisteravond heeft gekregen. Als Sanne opneemt, stottert hij: ,,Sanne, ik heb nagedacht en we moeten toch eens praten over
vroeger. Er zijn dingen die je misschien toch moet weten.’’ Berend voelt zich
vreemd, maar ook bevrijd. Sanne heeft gelijk: zo oud is achtentwintig niet. En
hoe oud je ook bent, en hoe vervelend je leven tot nu toe ook is,
"later" moet altijd nog beginnen.
Een reactie plaatsen in het gastenboek
Reacties van anderen lezen