Peter Moor
www.petersverhalen.nl
Belijdenis
Zeven.
Het magische getal. Terwijl Dennis zich langzaampjes door de vreugdevolle massa
voortbeweegt, doet hij zijn best om te onthouden wat hij moet bestellen: zeven
bier. Harde muziek dreunt door zijn hoofd en laserstralen vliegen over de
hoofden van de vele mensen die op het feest aanwezig zijn. Zeven bier, Dennis,
dat is je doel.
Als
een lange jongen vlak voor Dennis opzij stapt, wordt de helder verlichte bar
zichtbaar. Nog een paar stappen en Dennis staat klaar om de zeven muntjes in
zijn bezwete hand om te wisselen voor wat goudgeel vocht.
De
man achter de bar is nog druk bezig met het helpen van anderen, dus Dennis
kijkt om zich heen. Dansende mensen, drinkende mensen, pratende mensen...
Normaalgesproken gaat Dennis nooit naar studentenfeestjes, maar eigenlijk vindt
hij het toch wel leuk. Het was een goed idee van Thomas om hem mee te vragen.
Dennis kijkt weer naar de bar. Nee, de barman heeft nog geen tijd voor hem. Als
Dennis zijn hoofd terugdraait, staat er ineens een meisje vlak naast hem. Ze
heeft een zwart jurkje aan en haar lange, donkerblonde haar is keurig
samengebonden met een elastiekje. Met een mysterieus glimlachje kijkt ze Dennis
aan, die ook een nerveus glimlachje tevoorschijn tovert. Het meisje zegt niets,
dus Dennis bekijkt haar eens goed. Ze is niet heel knap, maar ze ziet er op een
aparte manier toch best leuk uit. Met haar groene ogen kijkt ze Dennis strak
aan en na een tijdje zegt ze dan toch maar iets. ,,Hoi. Ik ben Naomi.'' Een zwijgende
seconde vertelt Dennis dat hij nu zijn naam moet noemen. ,,Ik ben Dennis. Ik
studeer wiskunde. Jij?'' ,,Nee, ik studeer geen wiskunde.'' Een beleefd lachje
om deze wereldgrap kan er aan Dennis' kant wel af. ,,Maar wat studeer je wel?''
,,Natuurkunde en scheikunde.'' Dennis kijkt haar vol ontzag aan en Naomi doet
geen moeite om een trots lachje in te houden. ,,Ik wil onderzoeker worden. Maar
niet gewoon een willekeurige onderzoeker. Die zijn er al genoeg. Nee, ik wil
een belangrijke onderzoeker worden. Ik wil iets ontdekken wat zo belangrijk is
voor de mensheid, dat ik over een paar eeuwen samen met briljante mensen als
Albert Einstein, Leonardo da Vinci en Peter Moor in één adem word genoemd.''
Dennis knikt. ,,Da's een mooie instelling.'' Nu er dan toch een gesprek gaande
is, gaat hij nonchalant tegen de bar staan en stopt hij zijn vrije hand in zijn
broekzak. ,,En, wat zijn jouw toekomstplannen?'' vraagt Naomi. ,,Tja...'' zegt
Dennis, terwijl zijn vingers een object in zijn broekzak aftasten. ,,Ik weet
het eigenlijk niet echt. Ik ben de laatste tijd juist heel erg aan het nadenken
over het doel van mijn leven en ik ben er nog niet echt uit. In wiskunde zie ik
niet echt een hoger doel.'' In zijn hand voelt hij nu heel duidelijk iets
zitten. Verbaasd kijkt hij omlaag. Wat zit er eigenlijk in zijn broekzak? Hij
haalt zijn hand er uit, maar ziet niet wat hij vastheeft. Als Naomi plotseling
hard gilt, kijkt Dennis haar geschrokken aan.
Het beeld wordt wazig en witte
lichtflitsen dringen zich aan Dennis op. Zijn hand doet bijna pijn van de vaste
druk waarmee hij het geheimzinnige object uit zijn broekzak vasthoudt. Het
geluid van het feest vervaagt en ook de geschrokken blikken van Naomi en de
andere mensen om hem heen verdwijnen uit zicht.
Geschrokken
opent Dennis zijn ogen. Hijgend kijkt hij naar het plafond boven zijn bed. Wat
was dat voor rare droom? Dennis draait zijn hoofd en ziet op de wekker dat het
nauwelijks vier uur is geweest. Dan maar even naar het toilet.
Stilletjes sluipt hij door de gang van
zijn studentenflat naar de badkamer. Heel vreemd... Normaalgesproken wordt
Dennis nooit midden in de nacht wakker. En er was nog iets raars aan deze
droom, maar wat was het precies?
Zachtjes gaat de badkamerdeur open
en weer dicht. Als Dennis het licht aan doet, kijkt hij met open mond in de
spiegel. Zweetdruppeltjes lopen over zijn voorhoofd. Wauw, zo erg zweet hij
zelfs niet nadat hij gesport heeft. Ineens weet hij wat er zo raar was aan de
droom: hij leek heel echt. Dennis kan zich het uiterlijk van Naomi precies
herinneren, alsof hij haar echt heeft gezien. Dat heeft hij nog nooit gehad met
niet-bestaande mensen uit een droom. Ook het feest haalt hij zich gemakkelijk
voor de geest. Het lijkt net een echte herinnering. Vreemd... Heel vreemd...
Als hij vijf minuten later weer in
bed gaat liggen, ligt hij nog even peinzend wakker. Zelfs Naomi's stem heeft
hij duidelijk onthouden. Waarom heeft hij zo intens gedroomd van een meisje dat
hij niet eens heel aantrekkelijk vindt? Als ze heel knap was geweest, was dit
misschien normaal geweest... Dennis glimlacht. Dan herinnert hij zich ineens
het ding in zijn zak. In zijn gedachten zit hij weer met zijn hand in zijn
broekzak, te voelen. Zijn vingers glijden over iets hards. Het is glad en koud.
Het voelt heel echt, maar hij kan niet thuisbrengen wat het precies is.
De
volgende dag gaat Dennis met de trein naar zijn ouders. Het is vrijdag en zijn
moeder heeft gisteren gebeld dat hij dit weekend thuis moet komen. Ze zei dat
er iets belangrijks te bespreken was.
,,Hallo! Ik ben thuis!'' Via de
achterdeur loopt Dennis het huis binnen, maar er komt geen reactie. Hij doet
zijn schoenen uit en loopt de hal in. ,,Hallo?'' roept hij, maar er komt geen
antwoord. Hij hangt zijn jas aan de kapstok en loopt de woonkamer in. De
vertrouwde geur die hier altijd hangt, stroomt zijn neus binnen. Zal wel in de
oude meubels zitten, die zijn ouders nog steeds hebben. Zijn ouders zijn er
niet. Dan loopt hij de trap maar op. ,,Mam?'' Ook daar komt geen antwoord.
Dennis kijkt in de slaapkamer van zijn ouders en in zijn eigen slaapkamer, maar
hij ziet niemand. Als hij weer naar beneden wil lopen, ziet hij de smalle trap
naar de zolder. Hmm, daar kan hij ook wel even kijken. Je weet maar nooit.
De oude treden van de trap kraken
als Dennis omhoog loopt. Zijn ouders hebben een echte zolder. Niet een extra
etage met wat kamers, maar een stoffige ruimte met oude spullen. Als Dennis de
deur bovenaan de trap opent, komt de muffe geur hem tegemoet. De lamp is uit,
dus ook hier is niemand. Dan zal zijn moeder wel boodschappen aan het doen
zijn. Even twijfelt Dennis wat hij nu zal gaan doen, maar de muffe geur heeft
hem snel overgehaald. Hij stapt naar voren en doet de lamp aan. Als hij verder
loopt, hoort hij de vloer bij iedere stap kraken. Aan de zijkant liggen dozen
met etiketten. Nieuwsgierig kijkt Dennis rond, tot hij een doos tegenkomt met
"Dennis kleuter" er op. Hij gaat zitten en blaast het stof van de
doos. Als hij de deksel optilt, ziet hij dat er een grote stapel papier in de
doos zit. Bovenop ligt een fotomapje. Dennis opent het mapje en kijkt naar een
foto van een klein jongetje dat met een schepje voor een zandbak staat. Aan
zijn vieze kleren is te zien dat hij al in de zandbak heeft gespeeld.
Aandachtig kijkt Dennis naar het kind. Wat een rare gedachte dat dat kleine
kereltje sindsdien enorm is gegroeid en veranderd. Dennis is totaal iemand
anders dan dat jongetje, maar hij is het wel geweest. Wat is het leven toch
raar.
Dennis glimlacht en kijkt naar de
stapel papierwerk. Bovenop ligt een gevouwen eendje. Daaronder ligt een
kleurplaat. Met slordige viltstiftstrepen zijn de vakjes ingekleurd. Boven de
kleurplaat staat in het nette handschrift van de kleuterleidster "Van
Dennis. Voor Mama." Dennis kijkt weer naar het jongetje voor de zandbak.
Wat was dat toch eigenlijk een mooie tijd, denkt hij. Gewoon een beetje spelen,
zonder zorgen. Dat is nu wel anders. Regelmatig ligt Dennis wakker, nadenkend
over van alles. Iedere dag moet hij heel bewust bezig zijn met de dingen die
belangrijk voor hem zijn, voornamelijk studie en sport. Maar wat is er nou
eigenlijk echt belangrijk? Voelt Dennis zich gelukkig omdat hij weet dat hij
studeert, of omdat hij weet dat hij voldoende sport? Nee, eigenlijk niet. Maar
eigenlijk heeft hij ook geen flauw idee wat hij wel belangrijk vindt in zijn
leven. Een beetje jaloers kijkt Dennis naar zijn eigen kleuterfoto. Was hij
maar altijd dat jongetje van toen gebleven. Niet nadenken, maar lekker in de
zandbak spelen. Wat was geluk toen eigenlijk vanzelfsprekend. Nu is niets meer
vanzelfsprekend.
,,Dennis! Ben jij daar?'' roept zijn
moeder hem ineens uit zijn gedachten. Dennis sluit de doos, staat op en loopt
naar het trapgat. Nog even kijkt hij om, voordat hij naar beneden gaat. Hier
moet ik eens vaker rondneuzen, denkt hij.
Zijn
moeder is al thee aan het zetten in de keuken, als Dennis binnenkomt. ,,Hoi mam.''
Dennis gaat aan de keukentafel zitten en zijn moeder schenkt thee voor hem in.
,,Hoe gaat het met de studie?'' vraagt ze en Dennis mompelt dat het nog net zo
goed gaat als altijd. ,,Wat was er voor belangrijks, mam?'' Zijn moeder gaat
zitten en schept suiker in haar thee. ,,Je vader en ik hebben hier lang over
nagedacht en we denken dat het toch beter is.'' Dennis kijkt haar onbegrijpend
aan. ,,Wat bedoel je?'' ,,Nou, je bent nu eenentwintig en we willen toch dat je
nog eens nadenkt over belijdenis doen.'' Bleh, denkt Dennis. Moest hij daarvoor
thuiskomen? Een paar weken geleden was hij jarig en toen zijn z'n ouders hier
ook al over begonnen. Dennis heeft toen subtiel duidelijk gemaakt dat hij
eigenlijk helemaal niet gelooft en dat hij zich ook helemaal niet betrokken
voelt bij de kerk.
,,Daar hebben we het toch al over
gehad?'' ,,We willen toch dat je er nog eens goed over nadenkt. Daarom hebben
we dominee Visser vanavond uitgenodigd. Je moest maar eens met hem praten.
Misschien verander je dan nog wel van gedachten.'' Dennis lacht om het
bespottelijke idee. ,,Jullie denken dat de dominee mij wel even zal overtuigen?
Mam, ik geloof gewoon niet in God.'' Zijn moeder kijkt hem aan met een ietwat
bezorgde blik. ,,Misschien heb je er gewoon nog niet goed over nagedacht.
Bovendien is het hier heel gebruikelijk...'' Dennis moet nog harder lachen,
maar eigenlijk voelt hij lichte ergernis. Zijn ouders wonen in een erg gelovig
dorp en zelf zijn ze ook vrij kerkelijk. Dennis is echter niet meer in de kerk
geweest sinds zijn ouders hem op zijn twaalfde verjaardag vertelden dat hij oud
en wijs genoeg was om zelf te bepalen of hij naar de kerk wilde.
,,We zien wel.'' Dennis neemt een
slok thee. Geloofsbelijdenis? Nee hoor.
Het is
die avond ongeveer half acht als de deurbel gaat. Zijn moeder gaat naar de hal,
terwijl Dennis en zijn vader voor de televisie blijven zitten. Dennis kijkt
opzij naar zijn vader, die tijdens het eten helemaal niets heeft gezegd over de
geloofsbelijdenis. Hij heeft zich zeker voorgenomen om geen discussies aan te
gaan voordat Dennis met de dominee heeft gesproken.
,,Dennis, kom je?'' vraagt zijn
moeder vanuit de hal. Dennis loopt er heen en ziet dominee Visser staan. Hij is
een korte man van middelbare leeftijd, met zijn donkere haar netjes opzij
gekamd. Met een uitgestoken hand en een zeer brede glimlach stapt hij op Dennis
af. ,,Dag Dennis. Da's een tijd geleden. Hoe gaat het met jou?'' Dennis geeft
een kort antwoord, waarop zijn moeder zegt dat ze wel in de woonkamer kunnen
gaan zitten. Samen met Dennis' vader loopt ze zelf naar de keuken.
,,Zo, Dennis...'' zegt de dominee,
nadat hij in de luie stoel is gaan zitten. Dennis neemt plaats op de bank tegenover
hem en wacht geduldig af wat er gezegd gaat worden. ,,Je weet wel waarvoor ik
hier ben, neem ik aan?'' Dennis knikt. ,,Je ouders hebben me gevraagd of ik met
je wil praten over het geloof, want ze denken dat je er misschien nog niet goed
over nagedacht hebt.'' Dennis moet een beetje lachen. Eigenlijk vindt hij de
situatie best grappig. ,,Weet u, dominee, eigenlijk denk ik juist wel veel na
over het leven en de wereld, maar ik kom gewoon tot andere conclusies dan mijn
ouders en u.'' ,,Oh,'' zegt de dominee verbaasd, die kennelijk een nonchalanter
antwoord had verwacht, ,,En tot welke conclusies kom jij dan?'' ,,Nou, in ieder
geval dat ik niet in God geloof.'' De dominee kijkt hem een beetje treurig aan.
,,Dat vind ik spijtig om te horen, Dennis. Mag ik vragen waarom niet?'' Dennis
denkt even na. ,,Ik heb een ander beeld van het geloof in een god en dat beeld
lijkt mij veel aannemelijker dan uw geloof.'' De dominee kijkt hem
geïnteresseerd aan. ,,Vertel.'' ,,Nou, mensen snapten vroeger van alles niet, en
toen bedachten ze goden. Da's een leuke verklaring voor alles wat je niet
begrijpt in deze wereld, en je kunt eigenlijk nooit bewijzen dat God niet
bestaat. Hij is er, maar je kunt hem niet zien. Dat maakt het heel makkelijk om
anderen er van te overtuigen. Als ze niet geloven, zeg je gewoon dat ze geen
bewijs hebben. En mensen die volhouden, noem je gewoon kortzichtig omdat ze
alleen geloven in de dingen die ze zien. Heel makkelijk, en het verklaart toch
een hoop. Bovendien is het leuker om te geloven in een hemel vol eeuwig geluk
in plaats van dood-is-dood. Da's nog een reden waarom mensen toch graag die
visie overnemen. Daarom geloven nog steeds heel veel mensen, waarschijnlijk.
Maar in mijn visie blijft God dus gewoon iets wat mensen nodig hebben om de
wereld te begrijpen en niet iets wat echt bestaat.''
De dominee knippert met zijn ogen en
kijkt Dennis zwijgend aan. Dennis laat een mooie grijns zien. ,,Ik denk ook wel
na over zulke dingen. Maar ik geloof er gewoon niet in.'' Als de dominee nog
niets zegt, praat Dennis vrolijk verder. ,,Waarom zou een god eigenlijk mensen
schapen en vervolgens zeggen dat ze in hem moeten geloven om naar de hemel te
mogen? Probeert hij soms een stom spelletje te spelen met de mens? Hij heeft
zelf mensen geschapen, dus hij had ons ook zo kunnen maken dat we allemaal in
hem geloven.'' ,,Maar denk je niet dat hij ons een vrije wil heeft gegeven,
omdat hij wil dat we zelfbewuste wezens zijn?'' vraagt de dominee. ,,Nee...
Sorry, maar het klinkt voor mij iets te makkelijk. Ik snap nog steeds niet
waarom hij dat dan zo gedaan zou hebben. Het klinkt voor mij gewoon heel
ongeloofwaardig. Maar zoals ik al eerder zei: God is volgens mij gewoon een
verklaring voor dingen die je anders niet kunt verklaren.'' De dominee gaat nog
eens goed zitten en denkt even na. ,,Maar Dennis, vertel me dan eens: als God
niet bestaat, waar slaat deze wereld dan op? Wat is dan het doel van onze
aanwezigheid hier?'' ,,Dat is nou precies waar ik veel over nadenk, dominee. Ik
denk eigenlijk dat we helemaal geen echt doel hebben, maar eigenlijk is dat een
nare gedachte. Niemand wil zichzelf zien als een biologische machine die gewoon
is ontstaan zonder een echte reden. Ik ook niet.''
De dominee kijkt een tijdje peinzend
uit het raam. Dan staat hij op en kijkt hij Dennis weer aan met de glimlach
waarmee hij hem aanvankelijk begroette. ,,Jammer dat je de dingen anders ziet,
maar het is mooi dat je er wel over nadenkt.'' Hij geeft Dennis een hand. ,,Ik
ga nu wel even met je ouders praten.''
Als de dominee naar de keuken loopt,
gaat Dennis weer zitten. Hij kijkt uit het raam, naar de sterren die zichtbaar
zijn geworden in de donkere lucht. Een naar gevoel maakt zich van hem meester.
Wat is het leven inderdaad doelloos als je niet in een god gelooft. Maar in
iets ongeloofwaardigs geloven om je beter te voelen, lijkt Dennis geen goed
idee. Toch is hij wel een beetje jaloers op mensen als zijn ouders en de
dominee. Hun leven heeft een doel. Zij zijn vast niet zo onzeker als Dennis,
over van alles...
Als de
dominee weg is, komen Dennis' ouders weer in de woonkamer zitten om televisie
te kijken. Bij binnenkomst glimlacht zijn moeder even naar hem, maar er wordt
niet meer over geloofsbelijdenis gesproken. Ook de rest van het weekend wordt
het niet meer genoemd, zelfs niet als zijn ouders zondagochtend trouw ter kerke
gaan en Dennis in bed blijft liggen.
Zondagavond gaat Dennis terug naar
zijn studentenflat. Daar aangekomen voegt hij zich bij zijn huisgenoten, die
televisie aan het kijken zijn.
,,Hé Dennis!'' zegt Bart. ,,Leuk weekend
gehad?'' ,,Oh, enig,'' antwoordt Dennis onverschillig, terwijl hij op de bank
ploft. ,,Ik heb een gesprek met de dominee gehad. M'n ouders hadden hem
uitgenodigd, want ze willen eigenlijk dat ik een geloofsbelijdenis doe.'' Bart
trekt zijn wenkbrauwen op. ,,En, gezellig zitten keuvelen over God en Jezus en
zo?'' ,,Nou, ik heb hem gewoon uitgelegd dat ik niet geloof. En dat begreep hij
gelukkig beter dan m'n ouders.''
Dennis draait zich om en kijkt naar
de televisie. ,,Over tien minuten komt er een film met Jennifer Love Hewitt,''
zegt Arie. Bart uit een korte kreet van vreugde. Dennis lacht. Ja, was iedere
vrouw maar zo mooi als Jennifer. Hoewel... Dennis heeft eigenlijk helemaal geen
ervaring met vrouwen. Wiskunde studeren en weinig uitgaan zijn ideale manieren
om ze niet te ontmoeten. Een beetje mist hij het wel, maar de meeste dingen die
hij er over hoort, zijn toch maar oppervlakkig. Nee, eigenlijk zit hij er
helemaal niet mee. Of zou dat toch zijn wat hij mist in zijn leven?
Dennis
zit aan een rond tafeltje in een ruimte die hij niet kent. Het lijkt een
kantine, maar hij is er nog nooit eerder geweest. Tegenover hem zit Naomi. ,,Er
zijn toch ook andere doelen om na te streven?'' hoort Dennis zichzelf vragen.
Naomi kijkt hem onbegrijpend aan en schudt haar hoofd. ,,Waarom zou ik een
ander doel willen nastreven?'' ,,Nou, ik bedoel gewoon dat je je niet zo moet
blindstaren op een doel dat je voor jezelf helemaal heilig maakt.'' Naomi kijkt
Dennis beledigd aan. ,,Ik heb tenminste een doel, Dennis. En hoezo maak ik dat
doel heilig?'' ,,Nou, je leeft alsof alles daar om draait. Er is meer in het
leven dan een mooie carrière.'' Nu wordt Naomi echt boos. ,,Een mooie carrière?
Zo noem jij het? Over drie eeuwen is iedereen jou vergeten! Mij zullen ze nog
kennen als de uitvinder van iets belangrijks. Ik wil een enorme bijdrage
leveren aan de wetenschap en jij zeurt dat ik een mooie carrière wil
nastreven?''
Voordat Dennis iets kan zeggen, is
Naomi opgestaan en kwaad weggelopen. Dennis kijkt peinzend naar het plastic
plantje op het midden van de tafel als hij een grote lichtflits ziet.
Dennis zit in zijn kamer. Naomi
staat in de deuropening, en ze doet duidelijk moeite om niet te huilen. ,,Ze
wilden me niet geloven.'' ,,Goh, wat erg.'' Dennis toont zijn meest begripvolle
blik. ,,En nu mag je niet meer studeren?'' ,,Nee, ze zijn er heel serieus
over.'' ,,Terwijl je niet eens schuldig bent... Schandalig is het!'' ,,Ja, en
de dader lacht vast in zijn vuistje. Maar mij heeft hij niet, hoor. Als ik geen
studie kan afronden, word ik wel gewoon zelfstandig onderzoeker. Ik trouw
gewoon met een rijke man en ik laat een eigen laboratorium bouwen.'' Dennis
verbergt zijn ergernis. ,,Nee, niets staat tussen jou en je doel.'' Naomi
glimlacht en loopt de kamer uit. Dennis denkt aan de dreigbrief waarmee hij een
professor probeerde te chanteren. De brief zat goed in elkaar. Dennis had hem
zelfs afgedrukt op een vel papier dat Naomi al eens had aangeraakt, zodat haar
vingerafdrukken er op stonden. Ja, alles wees naar Naomi.
Weer een flits. Dennis opent een
deur en stapt de kamer binnen waar Naomi ligt. Zij kijkt om en er verschijnt
een glimlach op haar gezicht. ,,Hoi Dennis. Ach, zijn die voor mij?'' Dennis
zet de bloemen in een vaas op het nachtkastje en gaat op een stoel naast haar
bed zitten. ,,Hoe gaat het met je?'' ,,Tja, op het moment wel aardig. Ik ben
wel weer een beetje over de schok heen. Maar het blijft toch raar om 's
ochtends wakker te worden en je te bedenken dat je nooit meer zult kunnen
lopen.'' ,,En je handen?'' ,,Tja, daar zijn de dokters nog niet helemaal uit.
Waarschijnlijk zal ik die ook niet meer helemaal goed kunnen gebruiken.''
Dennis schudt medelijdend zijn hoofd. ,,En van je carrière zal ook wel niet
veel meer terechtkomen zeker?'' Naomi glimlacht vrolijk. ,,Natuurlijk wel, joh.
Ik kan nog nadenken. Veel meer heb je als onderzoeker niet nodig. Nee, die
geschiedenisboeken zullen mij niet missen!'' Ze lacht. Dennis lacht mee, met
kiespijn. Shit, voor niets een grote deuk in die huurauto gereden...
Nog een flits en Dennis staat voor
een huis dat hij nog nooit eerder heeft gezien. De voordeur gaat open en daar
staat ze. Wel een beetje ouder, maar duidelijk Naomi. ,,Hé Dennis, fijn dat je
zo snel kon komen! Ik kan niet wachten om het aan je te laten zien!'' ,,Nou,
Willie Wortel, ik kwam eigenlijk om je te vragen dit niet openbaar te maken.''
Naomi's enthousiasme maakt plaats voor verbazing. ,,Wat zeg je?'' ,,Naomi, je
bedoeling is goed. Dat geloof ik echt. Maar de wereld is hier nog niet aan toe.
De mensen kunnen dit nog niet aan.'' ,,Wat?'' Naomi kijkt Dennis verbouwereerd
aan. ,,Ik vind zoiets moois uit en jij komt zeuren dat het niet goed is?''
Dennis bijt op zijn lip. Hij had al zo'n vermoeden dat ze niet ontvankelijk zou
zijn voor zijn vriendschappelijke advies. ,,Mijn huis uit!'' Dennis draait zich
om, als alles vaag wordt. Een laatste flits en het is voorbij.
Het is
donker en alles wat Dennis hoort, is zijn eigen ademhaling. Hij draait zijn
hoofd om en ziet dat het weer ongeveer vier uur is. Met zijn vingers voelt hij
aan zijn voorhoofd. Niet alleen is hij heel erg bezweet, maar ook heeft hij het
heel warm.
Hij gaat rechtop in bed zitten en
kijkt geschrokken voor zich uit, naar de muur. Alweer zo'n rare droom. Hij was
weer levensecht. Naomi zag er trouwens best leuk uit met die paar rimpels in
haar gezicht. Of straalde ze gewoon zo van enthousiasme?
Langzaam schuift Dennis zijn
rechterbeen uit bed. Maar weer even naar het toilet...
,,En je
weet niet wat er in je zak zat?'' vraagt Thomas, nadat Dennis hem heeft verteld
over zijn eerste droom. Ze hebben middagpauze en ze zitten in de kantine te
lunchen. Dennis kent Thomas van de studie, want hij studeert ook wiskunde.
,,Nee, geen idee... Terwijl ik me
nog steeds herinner hoe het aanvoelde.'' ,,Vreemd.'' ,,Ja, en het vreemdste
komt eigenlijk nog... Ik heb vannacht weer van haar gedroomd.'' Dennis smeert
wat jam op zijn broodje. ,,Het was weer een heel echte droom. Of eigenlijk
waren het vier aparte dromen. Maar wel allemaal levensecht.'' Thomas kijkt hem
geïnteresseerd aan. ,,En waar gingen die dromen dan precies over?'' ,,Nou, dat
is ook heel raar. Ze waren allemaal anders, maar eigenlijk kwamen ze alle vier
op hetzelfde neer. In die eerste droom zei ze toch dat ze heel graag een
belangrijke onderzoeker wilde worden? Nou, vannacht probeerde ik eigenlijk vier
keer te zorgen dat ze dat niet zou gaan doen.'' Thomas kijkt hem vragend aan.
,,Dat ze onderzoeker zou worden?'' ,,Ja, zoiets. Ik probeerde haar twee keer om
te praten, ik heb gezorgd dat ze van de universiteit werd geschopt en ik heb
haar zelfs aangereden.'' Thomas neemt een hap van zijn boterham. ,,Vaag.''
,,Ja, waarom droom ik zoiets? Het is toch juist mooi dat ze precies weet wat ze
wil. En eigenlijk is het ook raar dat ik twee keer levensecht droom van iemand
die ik nog nooit heb gezien...'' Thomas kinkt instemmend.
Dennis stopt een lepeltje in zijn
koffie, als zijn telefoon gaat. ,,Even kijken... Hé, m'n moeder belt. Maar ik
ben er net geweest, dit weekend.'' Hij neemt op, terwijl Thomas nog een hap
neemt. ,,Och,'' zegt Dennis en er verschijnt een geschrokken uitdrukking op
zijn gezicht. ,,Wat erg.'' Hij blijft enkele minuten aandachtig luisteren, af
en toe ,,ja'' of ,,ok'' zeggend.
,,Ik zal er zijn. Dag mam.'' Dennis
hangt op en kijkt Thomas ernstig aan. ,,Ik heb je wel eens verteld van mijn
neef Willem?'' ,,Die jongen die ergens informatica studeert, met wie het niet
zo goed ging?'' ,,Ja... Nou, die is dood.'' Thomas fronst zijn wenkbrauwen.
,,Oh. Hoe...'' ,,Hij heeft zelfmoord gepleegd. Heeft hij volgens mij al eens
vaker geprobeerd, maar nu dus echt. Hij is op de rails gaan liggen.'' Thomas
legt zijn boterham weg. ,,Da's... klote.'' Dennis schept melkpoeder in zijn
koffie. ,,Tja, ik had verder weinig contact met hem. Maar ja, je kent zo iemand
toch een klein beetje. Raar dat hij ineens dood is. Op zich was hij ook wel
heel ongelukkig.'' Dennis staart even in zijn zwarte koffie. ,,Sommige mensen
zien het goede niet in het leven.'' Hij pakt het lepeltje en roert de
melkpoeder door de koffie, waardoor het geheel lichtbruin wordt. ,,Geniet jij
dan zo van je leven?'' vraagt Thomas. Dennis kijkt hem aan en denkt even na.
,,Nou ja, genieten... In ieder geval ben ik niet echt ongelukkig.'' Hij neemt
een slok van zijn koffie. ,,Overmorgen is de begrafenis, dus ik ga morgen weer
naar m'n ouders.''
Die avond
in bed ligt Dennis na te denken over Willem. Eigenlijk zag hij hem alleen op
verjaardagen. En dan ook niet altijd, want Willem was er lang niet altijd bij.
Hij was niet zo'n feestbeest. Volgens zijn ouders, Dennis' oom en tante, had
Willem vaak last van depressieve buien.
Dennis sluit zijn ogen. Wat is
zelfmoord eigenlijk raar. Voor de mensen die je achterlaat, is het heel naar.
Maar aan de andere kant... Als je met zulke mensen echt goed contact zou
hebben, zou je toch geen zelfmoord plegen? Hoewel... Dennis beeldt zich in dat
hij zelf ineens dood is. Vindt hij dat een nare gedachte? Nee, eigenlijk niet.
Eigenlijk is zijn leven ook niet heel geweldig. Er is niets verkeerds aan, maar
het is zo... zo leeg. Doelloos. Nietsbetekenend.
Hij knijpt zijn ogen nog harder
dicht, in de hoop dat hij zijn nare gedachten weg kan drukken. Als hij maar
snel weer slaapt, droomt hij misschien wel weer over Naomi. Dan heeft hij
tenminste iets anders aan zijn hoofd.
Naomi verschijnt die nacht niet in
zijn dromen, noch in de volgende nacht als hij weer bij zijn ouders thuis
slaapt.
Zoals
iedere begrafenis is ook die van Willem droevig. Hij wordt gehouden in de kerk
waar Dennis vroeger heen ging. Willems ouders zijn ook erg gelovig, al twijfelt
Dennis of het Willem iets zou kunnen schelen dat hij door de kerk wordt
begraven.
Als Dennis met zijn ouders de kerk
binnenstapt, komt een bekende geur hem tegemoet. Het is de geur die vroeger ook
al in de kerk hing. Allerlei herinneringen aan kerkdiensten komen boven. Wat
vond Dennis ze vroeger saai. Bidden, zingen en luisteren naar de dominee...
Nee, het heeft Dennis nooit erg aangesproken. En die houten bankjes zaten ook
nooit lekker.
Als de dienst begint, kijkt Dennis
om zich heen. De meeste mensen die hij ziet, kent hij wel. Het zijn
voornamelijk mensen uit het dorp, die familie of vrienden van Willems ouders
zijn. Ergens achteraan ziet Dennis wat mensen van zijn eigen leeftijd zitten,
die hij nog nooit eerder heeft gezien. Met lichte verwondering bedenkt Dennis
dat het wel vrienden van Willem zullen zijn. Voor zover hij wist, had Willem
niet echt vrienden. Mooi dat er ook mensen zitten die Willem persoonlijk hebben
gekend, in tegenstelling tot al die dorpsmensen die eigenlijk vooral Willems
ouders kenden. Net als Dennis is Willem nooit zo kerkelijk geweest.
De dominee opent de dienst met een
inleidend woordje. Het is dominee Visser, die Dennis pas nog heeft gesproken.
,,Wij zijn hier vandaag bijeen om Wilhelm Stuevelink te gedenken en hem te
begeleiden naar zijn laatste rustplaats.'' Dennis kijkt naar de dichte kist die
voorin de kerk staat en bedenkt dat er na zo'n treinongeluk vast niet veel
fraais in zal liggen. ,,Velen van ons zullen Willem kennen als een heel stille
jongen. Willem was niet altijd even gelukkig, maar slechts weinig mensen betrok
hij in zijn depressieve buien.'' Dennis glimlacht om de positieve manier waarop
de dominee weet te zeggen dat Willem behalve pessimistisch ook wel
contactgestoord was. Over de doden niets dan goeds.
Er volgt nog een lang verhaal over
Willem, waarbij Dennis zich constant blijft afvragen hoeveel van de aanwezigen
hem nou echt kenden. Misschien wel alleen zijn ouders.
Na het verhaal volgt een vrij standaard
Heer-laat-hem-binnen-in-Uw-koninkrijk-gebed, waarna Willems duidelijk
aangeslagen vader een religieus gedicht voorleest.
,,We gaan nu naar wat muziek
luisteren, die ik samen met Willems ouders heb uitgekozen.'' zegt dominee
Visser, waarna het kerkorgel een droevig melodietje begint te spelen. Dennis
kijkt schuin omhoog, naar de religieuze beeldjes die hoog aan de muur hangen.
Het bekende geluid van een kerkorgel galmt door zijn hoofd. Dennis sluit zijn
ogen en luistert naar de melodie. Hij herkent hem wel, maar heeft geen idee waarvan.
Hij opent weer zijn ogen en kijkt naar de glas-in-lood-ramen. Wat een mooie
muziek eigenlijk. En dit gebouw is eigenlijk ook... rustgevend. Samen bijna
aandringend op het voelen van iets spiritueels. Wat mooi eigenlijk dat mensen
al eeuwenlang in zulke gebouwen samenkomen om hun God te aanbidden. Kon Dennis
er ook maar in geloven. Kon hij hier ook maar zitten en zich door de Heilige
Geest vervuld voelen, wetend dat hierboven ergens God naar beneden zit te
kijken of alles nog wel goed gaat. Die veilige zekerheid dat je leven een doel
heeft... Kon Dennis die ook maar voelen. Maar nee, hij kan het gewoon niet.
Zijn verstand vertelt hem dat het te ongeloofwaardig is. Als de orgelklanken
zich hier in de kerk aan hem opdringen, beseft Dennis wat voor vreugdevol
gevoel gelovigen eigenlijk moeten hebben.
Na de muziek volgt er nog een gebed
en dan de werkelijke begrafenis. Dennis heeft al eerder begrafenissen
meegemaakt en eigenlijk vindt hij dat ze allemaal hetzelfde zijn.
Na afloop volgt er een receptie in
een kleine ruimte in de kerk. Terwijl zijn ouders aan het praten zijn met
bekenden, staat Dennis maar een beetje rond te kijken. Aan de ene kant voelt
hij dat hij niets heeft met begrafenissen. Het zegt hem allemaal niet zo veel. Toch
vindt hij het ook wel inspirerend, maar hij weet niet op wat voor manier.
,,En, wat vond jij ervan?'' vraagt
dominee Visser ineens, die kennelijk naar Dennis toe is gelopen. ,,Tja... Wat
kun je zeggen over een begrafenis?'' Een beter antwoord kan Dennis niet
bedenken. De dominee toont even een glimlachje, maar kijkt dan ineens heel
serieus. ,,Dennis, er is nog iets wat ik je moet vertellen.'' Hij kijkt heel
serieus en zijn stem klinkt een beetje raar. ,,Gods wegen zijn heilig. Als hij
ze aan je openbaart, moet je volgen!'' Dennis kijkt verbaasd. Waar heeft de
dominee het ineens over? ,,Je moet hem gehoorzamen!'' fluistert de dominee in
Dennis' oor en hij kijkt hem heel ernstig aan, bijna boos. Hierna toont hij
weer een glimlach en hij zegt: ,,Inderdaad, wat kun je eigenlijk zeggen over
een begrafenis?'' Met een vriendelijke knipoog loopt hij verder, naar andere
mensen met wie hij wil praten. Dennis blijft beduusd staan. Wat bedoelde de
dominee nou? Zo vaag heeft hij hem nog nooit zien doen.
Die
avond, als Dennis weer in zijn studentenkamer is, kan hij de slaap maar
moeilijk vatten. Allerlei gedachten spelen door zijn hoofd. Willems begrafenis,
de rare dromen, het vreemde gedrag van de dominee, terugkerende herinneringen
en natuurlijk wat hij de volgende dag gaat doen. Zoals wel vaker verdwaalt
Dennis weer in zijn eigen hoofd.
Als hij na lang draaien en woelen in
slaap komt, is het weer zover. Hij zit in een zaal en kijkt om zich heen. Het
is een heel grote zaal en hij zit vol met mensen in nette kleding. Op het
podium staat een man in een pak een praatje te houden. ,,Ik denk dan ook dat de
ontdekking van karu-straling een grote stap is in de natuurkunde. Daarom
feliciteer ik je bij deze van harte.'' Nu pas valt Dennis op dat Naomi naast de
man staat. Aha, ze heeft dus iets goeds gedaan voor de wetenschap.
Een tel later dringen zich beelden
op van schreeuwende mensen. Ze liggen op straat te kermen van de pijn. Hun
lichamen zien er ongezond uit, al kan Dennis niet helemaal thuisbrengen waaraan
hij dat ziet. Het komt door de ontdekking van karu-straling, weet hij. Niemand
heeft het hem verteld, maar hij weet het gewoon. Mensen - miljoenen, zelfs -
gaan langzaam dood aan iets onbekends, en het komt door de karu-straling.
Dan zit Dennis met een flits ineens
weer in de zaal. Dezelfde man houdt een praatje en Naomi staat weer naast hem.
,,De gehele wetenschapswereld zal eens goed moeten nadenken hoe het kan dat wij
hier nooit op gekomen zijn. Deze simpele uitvinding zal ons niet alleen nieuwe
manieren brengen om duurzame energie op te wekken, maar met een beetje
creativiteit zijn de mogelijkheden eindeloos.'' Dennis weet niet waar de man
het over heeft. ,,Heel erg bedankt voor deze fantastische bijdrage, en van
harte gefeliciteerd met deze prijs.'' Wederom wordt Naomi gefeliciteerd. Ze
heeft kennelijk weer iets goeds gedaan.
Dan ineens een zwetende man die een
klein kamertje met metalen muren binnenkomt en de hoorn van een telefoontoestel
pakt. ,,Ontruim het gebouw! Het gaat helemaal mis! Ik herhaal: ontruim het
gebouw!'' schreeuwt hij in de hoorn, waarna hij ophangt en met zijn rug tegen
de muur gaat staan. Tranen springen in zijn ogen en met luid gejammer stort hij
in elkaar. Als Dennis daarna ineens de Aarde vanuit de ruimte ziet, weet hij
dat het slechts enkele seconden later is. Op de oppervlakte van de planeet is
duidelijk een grijze vlek te zien die zich gestaag uitbreidt. Langzaam maar
zeker verandert de hele planeet in een grote, grijze vlek. Wat de grijze vlek
is, weet Dennis niet. Wat hij hier aanschouwt, weet hij echter wel. Dit is het
einde van al het leven op Aarde, inclusief de mens.
Nog een flits en Dennis zit weer in
de zaal. Vol verwachting kijkt hij naar de man die de toespraak houdt. ,,Deze
nieuwe inzichten in de biotechnische kant van de mens vormen een geweldige
doorbraak. Ziektes zullen verdwijnen, mensen zullen gelukkiger worden en
misschien komen we hierdoor zelfs dichter bij het eeuwige leven. Je hebt deze
prijs meer dan verdiend, Naomi.'' Naomi glimt van trots.
Dennis ziet een winkelstraat. Mensen
rennen in paniek allemaal dezelfde kant op. Laserstralen vliegen over hun
hoofden. Iets later ziet Dennis waarvoor de mensen op de vlucht zijn: een grote
groep soldaten. Ze zien er allemaal precies hetzelfde uit, alsof het allemaal
tweelingbroers zijn. Bovendien hebben ze niet een wapen in hun arm, maar een
schietwapen àls arm. Hun hoofden zien er ook apart uit, alsof er bot door de
huid heen groeit. Wat zijn dit voor mensen? Dennis weet het niet, maar hij weet
wel dat deze mensen niet op een fatsoenlijke manier ter wereld zijn gekomen.
Hun doel is ook niet goed. Het heeft iets te maken met het onderzoek van Naomi,
maar het precieze verband wordt hem niet duidelijk.
Voor het eerst in zijn leven wordt
Dennis schreeuwend wakker. Hij zweet heel erg en hij kan zijn hartslag overal
voelen bonken. Hij kijkt om zich heen en voelt zich ineens heel angstig. Die
eerste dromen waren wel interessant, maar dit is niet leuk meer.
,,Wat ze
ook uitvindt, het gaat mis. Haar bedoelingen zijn goed, maar de mensheid is nog
niet toe aan sommige wetenschappelijke doorbraken. Daar kwam het volgens mij
zo'n beetje op neer.'' Dennis kijkt Thomas aan. ,,Vaag hè? Maar laten we
ophouden over die dromen... Ze zijn al vervelend genoeg als we ze niet
bespreken.'' Thomas glimlacht. ,,Is goed.''
Met zijn tweeën zitten ze op een
bankje in het park. Het is de volgende avond, ongeveer half elf. Ze zitten hier
’s avonds laat wel vaker, om de alledaagse drukte te ontvluchten. Om deze tijd
zijn er geen mensen meer in het park, behalve hondenbezitters die hun
viervoeter een laatste ontlasting gunnen voor het slapen gaan.
Dennis kijkt hoe de blaadjes van de
dichtstbijzijnde boom door een zacht briesje op en neer bewegen. De donkere
lucht is helder en in het zwakke licht van de nachtverlichting lijkt het park
altijd een beetje spookachtig. Toch voelt Dennis zich altijd heel erg op zijn
gemak, als hij hier 's avonds laat met Thomas zit.
Thomas kijkt naar de sterren. ,,Het
blijft toch fascinerend... We leven hier op een heel grote planeet, maar die is
eigenlijk maar heel klein vergeleken met de rest van het heelal.'' Dennis kijkt
nu ook omhoog. ,,Ja... Dat sommige sterren er al miljoenen jaren niet meer
zijn, maar dat hun licht ons nu nog steeds bereikt omdat ze zo ver weg waren.
Het heelal is zo belachelijk groot. Dat kun je als mens eigenlijk helemaal niet
begrijpen.'' Thomas knikt instemmend. ,,Ik las laatst dat er meer
gedachtegangen in je hersenen zitten dan atomen in het heelal. Dat gaat dan
over exponentieel grote getallen, die je als mens eigenlijk helemaal niet snapt.''
Even is het stil. Dan draait Dennis zijn gezicht naar Thomas en zegt: ,,Best
klote dat de mens zo ver is geëvolueerd, dat hij nu intelligent genoeg is om te
beseffen dat hij zichzelf en de wereld om hem heen niet begrijpt. Raar toch?''
Thomas kijkt nog steeds naar de lichtgevende puntjes aan de donkere hemel. ,,We
leven eigenlijk maar in een grote, enge wereld. Ik voel me zo klein als ik
bedenk hoe belachelijk ver die sterren hier vandaan zijn, of waren.'' Dennis
kijkt weer naar de blaadjes van de boom. Een grote, enge wereld. Ja, dat is
het. Ook dàt nare gevoel zul je wel niet hebben als je in een god gelooft. Dan
hoef je de wereld niet meer als het reusachtige onbekende te zien, maar dan is
het ineens allemaal geschapen met een doel. Religie vereenvoudigt het voor de
mens ongrijpbare heelal. Wauw, Dennis is bijna trots op zichzelf omdat hij deze
mooie zin heeft bedacht.
,,Was er maar een God.'' zucht
Dennis. Thomas kijkt hem aan en zegt: ,,Of was Jennifer Love Hewitt maar
hier.'' Dennis kijkt hem aan en moet dan lachen. ,,Haha, daar zou ik ook mee
kunnen leven.''
Als ze enkele minuten later naar
huis lopen, bedenkt Dennis hoe blij hij is met Thomas als vriend. En hoe blij
hij is dat hij zometeen weer kan gaan slapen. In zijn dromenwereld houdt hij
zich nooit bezig met al die ingewikkelde vraagstukken. Dan geniet hij gewoon
van de bijzondere situaties die zijn hersencellen hem voorschotelen. Hoewel,
van die Naomi-dromen van de laatste tijd kan hij niet echt genieten.
Het is
alweer een dag later, als Dennis 's avonds in zijn eentje op zijn kamer zit.
Hij heeft vannacht gelukkig niet van Naomi gedroomd.
Nu is hij naar een oude cd met
gabbermuziek aan het luisteren. Hij heeft de cd al sinds hij naar de brugklas
ging en hij heeft er jarenlang niet meer naar geluisterd. Terwijl luid gebonk
en housemelodietjes uit de speakers van zijn stereotoren komen, zit hij met
zijn handen tegen zijn achterhoofd op zijn bureaustoel. Hij heeft zijn ogen
gesloten en laat zich door de muziek terugvoeren naar de brugklas. Zo lang
geleden al weer, maar hij herinnert zich nog van alles.
Het nostalgische moment wordt wreed
verstoord doordat Dennis' mobiele telefoon begint te trillen in zijn broekzak.
Dennis zet snel de muziek zacht en neemt op. ,,Hé Dennis. Met Thomas. Zin om
iets leuks te doen vanavond? Ik hoor net van mijn huisgenoten dat er een feest
is, ter ere van het jubileum van de faculteit. Dus ik dacht dat jij vast wel
met ons mee wilde gaan.'' Dennis denkt even na. ,,Ja, prima. Ik kom zo wel
jullie kant op.'' Een beetje afwisseling in zijn saaie bestaan is natuurlijk
nooit weg.
Als hij
iets later naar de studentenflat van Thomas fietst, wil hij zijn licht aandoen.
Hij buigt voorover en drukt het dynamo tegen de voorband. Hierdoor ziet hij
niet dat er iets op de weg ligt, waardoor hij uit evenwicht raakt en bijna
valt. Snel gaat hij weer op zijn zadel zitten en kijkt hij achterom. Hmm, wat
is dat? Er ligt iets roods. Nieuwsgierig fietst hij terug. Het is een Zwitsers
zakmes. Hij pakt hem op en schuift het mes er uit. Wauw, het is wel een heel
grote. Zijn zulke messen niet verboden? Hij kijkt even om zich heen en bedenkt
dan dat zo'n mes eigenlijk best stoer is. Hij steekt hem in zijn broekzak en
zet zijn voet weer op de trapper om verder te fietsen, als zijn hart eventjes stilstaat
van schrik. Dennis haalt het mes weer uit zijn broekzak en zijn mond valt open
van verbazing. Ja, dit is hem echt. Hij kent het gevoel. Dit zat ook in zijn
broekzak toen hij Naomi tegenkwam in zijn droom. En... Dat was ook op een
feest.
Zonder te weten waarom, kijkt Dennis
omhoog. Wat moet hij nou doen? Enkele seconden blijft hij stilstaan, tot hij
besluit dat hij het mes maar moet meenemen. Hij stopt het weer in zijn broekzak
en fietst opgewonden verder.
Niet
wetend wat er gaat gebeuren, durft Dennis Thomas niets over het mes te
vertellen. Ook als ze op het feest aankomen, vertelt Dennis niet dat hij het
duidelijk herkent. Er is geen twijfel over mogelijk: dit is het feest uit zijn
droom.
,,Heb je het warm?'' vraagt Thomas.
,,Je zit helemaal te zweten.'' Dennis kijkt naar beneden en voelt aan zijn
voorhoofd. Inderdaad, hij zweet heel erg. Ook zijn hartslag is erg hoog.
Zenuwachtig kijkt hij Thomas aan. ,,Eh... Ja, ik heb het warm. Zal ik trouwens
bier gaan halen?'' Thomas en zijn huisgenoten steken enthousiast hun hand op,
zodat Dennis ze kan tellen. Vijf handen, met zijn eigen zes... Er klopt iets
niet. In zijn droom moest hij zeven bier halen. Dennis wacht even, en het
blijkt terecht te zijn... Daar komt ineens Fred aanlopen, een studiegenoot. ,,Hé
jongens, hoe is het met jullie?'' ,,Goed. Dennis gaat net bier halen.'' zegt
Thomas. Dennis glimlacht en buigt zijn hoofd naar Thomas' oor. ,,Ik weet niet
wat er gaat gebeuren, Thomas,'' zegt hij. ,,Maar dit is precies mijn eerste
droom. Na vanavond kan alles wel eens anders zijn.'' Thomas kijkt hem aan met
een vragende blik. ,,Je merkt het wel,'' vult Dennis aan, en hij stapt de
menigte in om zeven bier te halen.
Gespannen kijkt hij om zich heen,
terwijl mensen voor hem opzij gaan. Nee, geen spoor van Naomi. Hij zal haar wel
bij de bar ontmoeten, net als in zijn droom. Dennis kan niet wachten om te zien
of zijn droom uitkomt, dus hij dringt zich snel door de menigte naar de bar.
Daar aangekomen kijkt hij om zich heen. Nee, geen Naomi. Hij veegt het zweet
van zijn voorhoofd en probeert zichzelf te kalmeren. Hij heeft wel eens zes
Redbull-blikjes achter elkaar leeggedronken, maar het effect was hier niets
bij. Wild draait Dennis met zijn hoofd, om te kijken of ze er al aankomt.
En dan is het ineens zover. Uit de
menigte komt ineens een meisje naar voren. Ze draagt een zwart jurkje en ze
heeft haar lange, donkerblonde haar samengebonden met een elastiekje. Met een
mysterieus glimlachje kijkt ze Dennis aan. Dennis' mond zakt open van verbazing
en zijn hart klopt nu sneller dan het ooit gedaan heeft.
,,Naomi?'' vraagt hij. Het meisje
kijkt hem ineens heel vreemd aan. ,,Ja, hoe weet je dat?'' ,,Studeer je
natuurkunde en scheikunde? Wil je een onderzoeker worden, een belangrijke
onderzoeker die iets heel belangrijks uitvindt?'' ,,Eh, ja... Kennen wij
elkaar?'' Dennis stopt zijn hand in zijn broekzak en tast het koele, gladde
oppervlak van zijn zakmes af. Allerlei beelden flitsen voor zijn ogen en hij
ziet de puzzelstukjes langzaam in elkaar schuiven.
,,De mensheid
is niet klaar voor jouw ontdekkingen, Naomi.'' Naomi kijkt hem beledigd aan.
,,Wat zeg je?'' Dennis voelt tranen in zijn ogen, als hij het zakmes uit zijn
broekzak haalt. ,,Sorry, Naomi. Je bedoelingen zijn goed, maar de wereld moet
ervoor worden behoed.'' Hij schuift het grote mes uit. Naomi kijkt hem
geschrokken aan, als hij het mes in een snelle beweging tussen haar ribben
plant. Ze begint hard te gillen en om hen heen beginnen ook andere mensen te
schreeuwen in paniek. Dennis haalt snel het mes uit Naomi's lichaam en steekt
haar op een andere plek. Na ongeveer vijf steken rukt een jongen het mes uit
zijn handen en slaat hem hard in zijn gezicht. Naomi zakt hevig bloedend in
elkaar.
Dennis kijkt naar de geschrokken
gezichten om hem heen. De politie zal komen en hij zal worden veroordeeld voor
moord op een in ieder denkbaar perspectief onschuldig meisje. Hij zal heel wat
jaren in de gevangenis moeten doorbrengen, en als hij er uit komt is er ook
geen toekomst meer voor hem. Hij zal geen diploma's hebben en niemand wil
omgaan met een koelbloedige moordenaar. Ondanks dit gruwelijke besef, dat in
een fractie van een seconde door zijn hoofd gaat, voelt Dennis zich bevrijd.
Dit is Gods weg en hij heeft gehoorzaamd. Zijn leven heeft tot een hoger doel
geleid. De rest van de wereld zal het nooit begrijpen, maar Dennis weet dat hij
een grote bijdrage heeft geleverd aan de veiligheid van de wereld. Dit is zijn
belijdenis.
Had die Oostenrijker ook maar naar
God geluisterd, toen hij in zijn droom zag wat er terecht zou komen van zijn
buurjongen Adolfje.
Een reactie plaatsen in het gastenboek
Reacties van anderen lezen